No to racism!

No to racismEen hartverwarmend signaal was het, toen Club Brugge vorige donderdag met het opschrift ‘No to racism’ het terrein opstapte tegen Besiktas. Ongezien in Europa, ondanks de al vele jaren lopende anti-racismespot met bekende koppen uit het internationale voetbal. Mooi zo, van een op Europees vlak niet meer dan bescheiden deelnemer aan de Europa League. Ook op andere vlakken dan het sportieve kan je top zijn.

Dit gebaar stond echter in schril contrast met het gedrag van een aantal heetgebakerde supporters van Club, die na de match tegen Besiktas Turkse fans aanvielen. “Dit was puur, onversneden racisme”, reageerde de Brugse korpschef ongezien heftig. Eerder al had het bestuur van Club vier supporters eigenhandig een stadionverbod voor onbepaalde duur opgelegd omdat ze bij een vorig incident ook al mensen van Turkse origine hadden lastig gevallen op een parking, wangedrag dat niet kon worden aangepakt via de Voetbalwet, omdat die zich beperkt tot gedragingen in en om het stadion bij een match. Knap was dat, van het Brugse bestuur, een krachtig signaal.

Het is hoogst opvallend dat een club die bij twee gelegenheden het goede voorbeeld gaf en die de jongste jaren met haar goed uitgebouwde community-werking voortdurend blijk gaf met twee voeten in de samenleving te staan, zo wordt te kakken gezet door een minderheid van de eigen supporters, ziekelijke herrieschoppers die met een denkbeeldig shirt met daarop ‘Yes to racism!’ rondlopen. Het geeft ook goed aan welke tweespalt er nog altijd bestaat tussen de goede intenties van een bestuur – wat je helaas niet bij alle clubs in de Jupiler Pro League tegenkomt! – en de totale desinteresse van heel wat supporters voor het maatschappelijk engagement van hun club.

Er is nog veel werk aan de winkel, de sensibiliseringscampagne is niet eens halfweg. Bij Club Brugge zullen ze goed beseffen dat ze wel vier racistische fans uit het Jan Breydelstadion hebben verwijderd, maar niet het racisme zelf. Als de daders van de agressie tegen de Besiktasfans worden geïdentificeerd heeft Club geen andere keuze dan ook hen streng te straffen. En de volgende keer opnieuw. En de keer daarop weer. En dan nog eens en nog eens en… Het is de terechte en enige mogelijke weg die Club Brugge is ingeslagen en die alleen maar kan lukken als het er consequent blijft tegen optreden.

Tot de supporters door hebben dat elke misstap onmiddellijk en onverbiddelijk tot maatregelen leidt. Niet dat ze daarom minder racistisch zullen worden – die illusie koesteren zou al te naïef zijn -, maar ze zullen tenminste een vorm van zelfcensuur beginnen toepassen en zich gedeisd houden in de wetenschap dat het loslaten van hun primaire bange-blanke-man-gevoelens aanleiding zal geven tot de uitsluiting van het bijwonen van de thuiswedstrijden van hun geliefde club. Het bij de wortels aanpakken van racisme moeten andere geledingen van de samenleving maar doen, te beginnen met de verschillende overheden.

No to racism! Altijd. Overal.

Frank Van Laeken

Advertisements

Op je honger blijven met Zlatan

(Deze bijdrage verscheen eerder in de De Standaard)

Iemand gaf Ibrahimovic een zwarte stift en zei: ‘Kan jij daar eens een goeie grap mee uithalen, Zlatan?’ Tuurlijk wel, zei de Zweed, en hij maakte zich een onmondige woordvoerder van 805 miljoen hongerlijders.

Wie niet weet waar dit over gaat, moet op Youtube maar eens de trefwoorden ‘Zlatan’ en ‘names’ ingeven. Je krijgt er prompt een reclamespot voor Zlatan Ibrahimovic geserveerd, vermomd als een campagne voor het World Food Programme (WFP), een afdeling van de Verenigde Naties.

De toon is meteen gezet: de alom geliefde goalgetter wordt als een halfgod door de massa op handen gedragen. Maar, zo vertelt hij ons, niet iedereen krijgt de steun en aandacht waar hij zelf van mag genieten. Er zijn mensen die geen wereldvoetballer zijn, en honger hebben. Het lijkt hem daarom een goed idee om die anonieme sukkelaars voor het voetlicht te brengen. Niet door hen het woord te geven, maar door hen kriskras op zijn blote bast te tatoeëren. Zlatan = 805 miljoen namen.
Als hij in het volgende beeld scoort, weerklinkt zijn halfgoddelijke voice-over. ‘So whenever you hear my name, you will think of their names. Whenever you see me, you will see them.’

Weg is de honger, verdronken in de egotrip die Zlatan heet. Van die 805 miljoen mensen die in armoede leven, zullen we er niet één zien. Het campagnefilmpje eindigt wel met de boodschap dat zij nog altijd lege magen hebben. De wereld moet dat weten.
Eventjes stilstaan. Eventjes…

Als kijker blijf je daarmee zelf op je honger zitten. Wat wordt nu eigenlijk gevraagd? Niet om geld over te maken aan een goed doel of om onze politici aan te porren iets te doen aan dit onrecht. Wel om eventjes stil te staan bij het feit dat er veel honger is in de wereld. Als het even kan een dag of tien. Zolang duurt het immers vooraleer Zlatan de inkt van zijn vel doucht.

Het is van een ongekend cynisme dat een van de best betaalde voetballers ter wereld zo’n marketingcadeau krijgt. Geen PR-bureau kan ooit de merk- en marktwaarde van Ibrahimovic zo oppompen als het WFP met deze campagne doet. De Zweed heeft daar klaarblijkelijk zelf niets voor moeten doen. Nergens horen we wat zijn eigen bijdrage is, op het aanbieden van zijn vel als canvas na.
Want wat is nu eigenlijk Zlatans boodschap? Welk standpunt neemt hij in, welke vragen werpt hij op? En niet het minst: wat doet hij er zelf aan? Volgens het Amerikaanse tijdschrift Forbes heeft Ibrahimovic vorig jaar 40 miljoen dollar verdiend. Aangezien de internationale armoedegrens op 1,25 dollar per dag ligt, zou de koene armoedebestrijder dus met een kwart van dat bedrag een jaar lang meer dan 20.000 mensen uit de ellende kunnen hijsen.

Is een stervoetballer of een pop-icoon dan enkel een filantroop als hij zijn portefeuille opentrekt? Niet noodzakelijk. Ze hebben vaak een podium en een publiek dat een ander niet heeft. Of je Bono nu een klier vindt of niet, hij krijgt in veel landen meer gehoor dan pleitbezorgers van organisaties die met ontwikkelingssamenwerking bezig zijn.

Maar dan moet je wel iets betekenisvol met dat podium willen doen. Indien niet: blijf er in godsnaam weg. Ga in elk geval niet een levensbelangrijk onderwerp kapen ter meerdere eer en glorie van jezelf. De clip van de megalomane Zlatan was gisteravond ruim 3,6 miljoen keer bekeken. Hoeveel daarvan zouden bij zijn 805 miljoen zitten?

Bert Ballegeer

Voetbal zal sociaal zijn of het zal niet zijn

Niets menselijks is de voetbalwereld vreemd. Dat mag u zowel ten goede als ten kwade interpreteren. Nergens anders is de samenhorigheid, de eendracht, de liefde voor de eigen kleuren en de passievolle gloed zo immens groot. Maar ook de uitwassen liegen er niet om: hooliganisme, ontoelaatbare handelingen op en naast het veld, haantjesgedrag, de wet van de sterkste of de luidste roeper geldt.

Voetbal is dan ook een uitvergroting van Het Leven zelf: niet groter dán het leven, zoals de legendarische Liverpoolmanager Bill Shankly ooit ongeveer letterlijk zei, maar er wel met beide voeten middenin staand. Oorlog en vrede, je vindt het ook op de groene grasmat, zij het met andere wapens (en gelukkig maar!).

Voetbal maakt onmiskenbaar onverbrekelijk deel uit van het sociale weefsel van de wijk, de stad of het land. In die optiek is het onbegrijpelijk dat er in het Belgische voetbal relatief weinig aandacht besteed wordt aan het uitbouwen van het sociale netwerk. Versta me niet verkeerd: het gaat de goede kant op, maar de achterstand met de Europese Top 5 is bijzonder groot.

Community-werking in de ons omringende voetballanden – Engeland op kop, maar ook in Duitsland, Nederland, Frankrijk en de Scandinavische landen – bewijst dat je veel kunt bereiken door hoog in te zetten op de wisselwerking tussen de voetbalclub en de omringende leefgemeenschap. Indien goed uitgevoerd, zorgt de community manager ervoor dat er een betere buurtwerking komt, dat het clubbeleid wordt afgestemd op de noden en angsten van de buurtbewoners, dat de lokale jongeren actief kunnen zijn in en rond de club, en dat bestuur, spelers en supporters worden gesensibiliseerd om zich achter belangrijke maatschappelijke acties te scharen.

Een aantal verlichte geesten heeft dat door en verdient daar alle steun voor, ja, zelfs een hartverwarmend applaus. Helaas kan het nog zoveel beter. Voorzitters zijn meestal uit op het snelle gewin en zien de community manager eerder als een zeurpiet dan als een gewaardeerde medewerker, iemand die bovendien niet voor extra inkomsten zorgt, wit of zwart.

Slechts een handvol Belgische clubs vindt “community” vandaag belangrijk, de rest hinkt maar wat achterna omdat er nu eenmaal subsidies aan vasthangen en omdat de lokale politieke wereld dit van hen eist. Heel wat clubleiders gaan er nog altijd van uit dat ze sportief het verschil kunnen maken. Zij dwalen. Een voetbalclub is zoveel meer dan die negentig minuten in het weekend.

Een goed uitgebouwde community-werking kan en zal ervoor zorgen dat ingrijpende maatschappelijke problemen als racisme, armoede en zelfs seksisme worden aangepakt op clubniveau. Het zal jonge voetballertjes een geweten schoppen en oudere voor hun verantwoordelijkheid stellen. Het zal uitgeslotenen opnieuw opnemen in de lokale samenleving. En het zal iedereen de beginselen van fair play, op alle vlakken, meegeven.

Om voormalig sp.a-voorzitter Steve Stevaert te parafraseren: het voetbal van de toekomst zal sociaal zijn of het zal niet zijn.

Frank Van Laeken