Tranen kennen geen kleuren of vakken

Gregory MertensDat er een jonge voetballer, amper 24, nog niet eens in de volle fleur van zijn leven als mens en als sporter, moest doodgaan om onze stadions weer heel even te vullen met menselijke warmte, wederzijds respect en gemeend verdriet, het is zo verdomd jammer. Gregory Mertens verbond afgelopen weekend de harten van voetballiefhebbers die elkaar op ieder ander moment figuurlijk naar het leven staan.

Volgende zaterdag zijn de abonnees van Cercle Brugge gratis welkom op Daknam, waar Sporting Lokeren zijn laatste play off 2-wedstrijd speelt tegen KV Oostende. Een geste van de laatste club waar Mertens speelde voor de supporters van zijn vorige werkgever. Het is niet veel en toch is het dat tegelijkertijd weer wel. Over de dood van een voetballer heen blijkt solidariteit plots wel mogelijk te zijn. Worden vetes tijdelijk omgezet in gemeenschappelijke tristesse. Zijn voetballers verenigd in hun peilloze gedachten bij het veel te vroeg verdwijnen van een onfortuinlijke collega, op een onoplettende die net in die minuut applaus zijn veters wilde strikken na.

Waarom kan dat niet bij elke wedstrijd? Waarom moest er per se iemand sterven om het spelletje voetbal te kunnen relativeren? Waarom worden bestuurders, supporters en spelers geacht om elkaar te haten, als was het alledaagse leven één lange Hate Game? Zelf heb ik het concept ‘supporteren voor de club van je hart’ van jongs af aan begrepen, maar ik heb mij nooit verlaagd tot ‘supporteren tegen een andere club’. Dat lag nochtans ook al in de jaren zestig en zeventig voor de hand in de grootste stad van Vlaanderen. Anderen lieten zich wel gaan. Daar zaten vechtersbazen tussen, herrieschoppers, schorremorrie, maar net zo goed tijdens de week door en door brave huisvaders die eenmaal in de omgeving van een voetbaltempel alle fatsoensnormen leken af te werpen. Toen én vandaag.

Wie al eens in het buitenland naar het voetbal gaat, weet dat de sport ook daar intens beleefd wordt. Té, soms. Ook in de grote voetballanden is er een apart vak voor de fans van de uitploeg. Toch zie je de supporters daar rond het stadion toch meer door elkaar heen lopen. Een paar jaar geleden woonde ik een halve finale van de FA Cup bij tussen Arsenal en Chelsea. Netjes gescheiden op de tribunes, achteraf gezellig samen in een trechter naar het dichtstbijzijnde metrostation. Die van Chelsea riepen dat ze meer van Tottenham – de Noord-Londense aartsvijand van de Gunners  – hielden dan van Arsenal, die van Arsenal schreeuwden terug dat Chelsea een bijeen gekocht clubje was. Daar bleef het bij: decibels produceren.

Natuurlijk is het niet altijd peis en vree: kijk maar naar de racistische Chelseafans die een zwarte man de toegang tot een Parijse metrotrein ontzegden. Elke week hoor of lees je verhalen over amokmakers die de sfeer verpesten. Maar een segregatie zoals wij die hier hebben georganiseerd in de loop van de jaren is toch wel vrij uniek. Uniek in de zin van: jammer dat het zo moet.

Na het Heizeldrama nam de geschokte internationale voetbalwereld maatregelen om de veiligheid van supporters beter te kunnen waarborgen. Zou het niet mooi zijn dat na het drama dat de familie Mertens overkwam de Belgische voetbalwereld werk zou maken van het opheffen van de hokjesgeest? Best mogelijk dat de supporters het appreciëren dat ze niet meer als beesten in een stal worden gejaagd.

Kunnen we het op zijn minst eens proberen?

Frank Van Laeken

Advertisements