Over de maatschappelijke rol van professionele voetbalclubs. Tien jaar later.

De communitywerking van KAA Gent biedt social return on public investment: door de organisatie van een communitywerking creëert KAA Gent maatschappelijke meerwaarde voor de Gentenaars als wederdienst voor de ontwikkeling van het nieuwe voetbalstadion dat mee door de overheid werd gerealiseerd. Kan de Gentse casus als voorbeeld dienen voor andere clubs, andere overheden en voor de Pro League? Wie heeft welke rol? Wie heeft welke verantwoordelijkheid? Tijd voor een debat over een zakelijk en billijk samenspel tussen voetbal en de overheid, ten voordele van voetbal en de samenleving.

VIDS_logo_WhiteBackgroundIn 2005 stelde Els Van Weert met haar Open Stadionmodel voor het eerst het principe van social return tegenover de vraag van de Belgische voetbalwereld om meer ondersteunende initiatieven. De staatssecretaris erkende de gedeelde verantwoordelijkheid: omwille van het grote draagvlak en de impact van de voetbalsport op de samenleving was het investeren van publieke financiën in het professioneel voetbal te verantwoorden. Doch, de tijd van de blanco cheques voor de voetbalclubs zou voorbij zijn: voetbalclubs zouden zich in ruil moeten engageren als maatschappelijk verantwoorde ondernemingen ten voordele van hun ‘local community’, de lokale gemeenschap rond de professionele voetbalclub. En zo zou een win-win samenwerking gesmeed kunnen worden voor de samenleving als geheel. De staatssecretaris legde met haar initiatief meer dan ooit de bal in het kamp van de voetbalclubs zelf, die verplicht zouden worden aan introspectie te doen over de mogelijke maatschappelijke rol die ze als voetbalondernemingen zouden kunnen spelen.

In Gent werd als gevolg van het initiatief van de staatssecretaris een unieke publiek-private samenwerking gesmeed: voetbalclub, lokale overheid en supporters dragen de maatschappelijke werking van KAA Gent via een organisatie met een eigen rechtspersoonlijkheid: vzw Voetbal in de stad. Met vele tientallen initiatieven en gesteund door de nationale Football+ Foundation gebruikte de organisatie de voorbije jaren de wervende kracht van KAA Gent voor het opzetten van sociale projecten, het verhogen van de supportersbetrokkenheid, het coördineren van een open stadionwerking, het organiseren van een niet-commerciële publiekswerking en het nemen van geëngageerde initiatieven rond jeugdvoetbal in Gent.

De communitywerking van KAA Gent bleef niet onopgemerkt. In 2014 ontving KAA Gent van de Pro League de prijs voor de sterkste communitywerking in het Belgische voetbal. Na het grootste volksfeest uit de Belgische voetbalgeschiedenis naar aanleiding van het eerste Gentse kampioenstitel stelde sportsocioloog Bart Vanreusel in Het Laatste Nieuws: “Wereldwijd hoor je supporters steeds vaker schreeuwen: ‘Geef ons ons voetbal terug!’ Bij KAA Gent hebben ze die boodschap járen geleden al begrepen. Het benut de sociale kracht van het voetbal op een heel goeie manier. Beter dan veel andere clubs. Er wordt aan maatschappelijk verantwoord ondernemen gedaan, op een manier die heel klaar en economisch correct is. Ook dát merkt de supporter. Hij voélt die authenticiteit”.

Publieke hefbomen benutten

De federale en de Vlaamse overheden bouwden hun steun aan communitywerking in de voorbije jaren stelselmatig af. En hoewel de werking in Gent vooral met Gentse middelen wordt gefinancierd, wordt het opdrogen van de bovenlokale ondersteuning ook in de Arteveldestad betreurd. In tijden van sanering wordt al snel populistisch aangedragen dat professionele voetbalclubs voldoende middelen hebben. Er wordt dan verwezen naar de astronomische transferbedragen die in het wereldje de ronde doen. Daarbij wordt wel vergeten dat een organisatie als vzw Voetbal in de stad weliswaar nauw verbonden is met de professionele voetbalclub, doch niet dezelfde entiteit is en al zeker een andere finaliteit heeft dan de professionele voetbalclub.

Net zoals dat in het Verenigd Koninkrijk en Nederland het geval is zouden de overheden de kracht van de professionele voetbalclubs veel meer kunnen aanwenden voor maatschappelijke vooruitgang, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van buurtsport in kansenwijken, het emanciperen van kansengroepen of het activeren van werkloze jongeren. Maar dat vergt dan wel het inzicht dat, door het ondersteunen van een organisatie als vzw Voetbal in de stad, wel de maatschappelijke werking en niet de voetbalclub zelf wordt gefinancierd.

Het is niet de voetbalclub, maar wel de wervende kracht van de voetbalclub die veel meer benut moet worden. Er valt voor overheden ook vele malen meer maatschappelijke winst te halen uit de samenwerking met een communitywerking verbonden aan een professionele voetbalclub, dan met een traditionele sociale organisatie. Een voetbalclub heeft een wervend vermogen te bieden waardoor een grotere dynamiek ontstaat die niet binnen een niet-voetbalcontext kan gegenereerd worden. Uiteraard is geloofwaardig engagement van de voetbalclub zelf daarbij cruciaal, bijvoorbeeld omdat een professionele voetbalclub in staat moet zijn bijkomende middelen te verwerven, in het bijzonder bij sponsors die evenzeer belang hechten aan maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Communitywerking is een samenspel dat pas echt wordt bevorderd als alle actoren de maatschappelijke meerwaarde zien van het samenspel. Noch de voetbalwereld, noch de overheden, noch private partners zijn vandaag in België voldoende overtuigd van de wervende voetbalkracht die kan ingezet worden ten voordele van de samenleving.

Op zoek naar de + van de Pro League

Binnen de Pro League verzamelt de Commissie Community de community managers van de Pro League clubs. Sinds 2012 hebben, op een handvol clubs na, de Belgische professionele voetbalorganisaties hun maatschappelijke inzet teruggeschroefd. De belangrijkste reden voor de stagnatie van communitywerking in het Belgische profvoetbal is het gebrek aan visie en het gebrek aan incentives binnen de traditionele voetbalwereld zelf, ondanks alle inspanningen die de Football+ Foundation de voorbije jaren heeft geleverd.

Binnen de Pro League staan diverse hervormingen op til. Meer dan ooit is het moment gekomen om het debat te voeren over de maatschappelijke rol van de Belgische professionele voetbalclubs en van de Profliga zelf. Wil de nieuwe liga betaald voetbal een organisatie zijn van moderne en verantwoordelijke voetbalbedrijven die bereid zijn social return te bieden voor de onmetelijke voordelen die ze vanwege de overheid genieten? Beseft de Pro League dat een duidelijke en positieve stellingname inzake maatschappelijke verantwoordelijkheid, communitywerking en supportersparticipatie haar in gesprekken met de overheden krachtig zou versterken? Durft de Pro League te becijferen welke dynamiek er zou ontstaan indien de Pro League, met een geloofwaardige agenda rond ‘social corporate responsability’, proactief  aan de overheden social return zou aanbieden? We zien vandaag het omgekeerde gebeuren. Voetbalmanagers blijven steeds opnieuw de overheden aanklampen om hulp voor allerlei voetbalzaken, zonder stil te staan bij de gigantische bijdrage die zij zelf met beperkte middelen voor de samenleving zouden kunnen leveren.

Communitywerking levert de clubs centen op, dat leren studies in Engeland en Nederland. Communitywerking maakt clubs financieel sterker doordat het hun maatschappelijk draagvlak en hun doelpubliek vergroot, doordat het meer supporters en vrijwilligers engageert en doordat het de aandacht trekt van andere bijkomende  commerciële partners.

Na tien jaar communitywerking is de tijd aangebroken voor een heropening van de debatten. Over de ongebruikte publieke hefbomen en over de onbenutte beleidskansen. Over de onderbelichte kracht die sinds 2005 door de Football+ Foundation werd gegenereerd, over de onderontwikkelde visie op de maatschappelijke rol van de Pro League en de professionele voetbalclubs en over het gebrek aan maatschappelijk verantwoord ondernemen binnen het Belgische voetbalbedrijf.

Dit debat moet meer dan ooit leiden tot een zakelijk en billijk samenspel tussen Football+ Foundation, Pro League, voetbalclubs en overheden, ten voordele van voetbal en de samenleving. Laat ons nu eindelijk allemaal samen bouwen aan een voetbalveld met meer dan twee doelen. Want voetbal is meer dan voetbal.

Wim Beelaert

Uit “Spelen op een veld met meer dan twee doelen. Over de groeiende rol van voetbalclubs: KAA Gent” verschenen in het voetbalnummer van het tijdschrift Orde van de Dag, Wolters-Kluwers, juni 2015, pp. 30-44.

Advertisements

De bezwete kinderhand. Met de glimlach.

Het was me de laatste maanden wel wat, met dat voetbalspelletje. Het begon met de #lulvandeweek in Oostende: alsof het een staatszaak betrof, smeerden de kranten het incident breeduit over onze ontbijttafels. Zowat iedereen had een mening, ook mensen die nog nooit een voetbal van dichtbij zagen. Kort daarna moest een jonge scheidsrechter het ontgelden, de tweede keer al in zijn nog prille loopbaan. Tussendoor kwamen ook nog verhalen van racisme aan de oppervlakte en bleek een voetbaltrainer veroordeeld voor aanranding van minderjarige badmintonners. Even slikken dan, als je in “het voetbal” werkt.

Gelukkig is er ook goed nieuws. Voetbal is de meest beoefende sport in clubverband en we lijken wel eens vergeten dat er wekelijks tienduizenden trainingen/wedstrijden plaatsvinden, waarbij voor én na de match jeugdspelertjes elkaar de bezwete kinderhand drukken. Met de glimlach. En het gaat verder dan dat. Nelson Mandela zei het ons in 2000 al: sport heeft de kracht om de wereld te verbeteren. En wie zijn wij om Nelson Mandela tegen te spreken? Er gebeuren zoveel fantastische dingen óp, maar zeker ook náást, het voetbalveld. Toegegeven, da’s minder spectaculair om over te schrijven.

Oh, die media. Met de beste wil van de wereld: je kan er niet omheen. Alles wat nog maar in de buurt van een voetbalveld komt, heeft zo’n enorme aantrekkingskracht op de sportjournalistiek. Maar we zijn zelf ook schuldig. Waar is de dialoog gebleven? Ouders die rechtstreeks naar de krant stappen, terwijl de voetbalclub om de hoek is? Clubs die het niet aandurven om hun supporters aan te spreken als ze het te bont maken? Trainers, die de taal van het kind niet begrijpen, laat staan spreken? Maar terug naar de media: alles wat slecht is, verkoopt. Een boze mama, een furieuze coach, een agressieve scheidsrechter of een losgeslagen (prof)speler: het kleeft en nestelt zich in ons collectieve geheugen. Ja, voetbal is overgemediatiseerd, maar wees dan toch zo eerlijk om de balans wat in evenwicht te houden. Ga eens op zoek naar een prachtig verhaal van Jefke de lijntjestrekker, het is maar een straat verder dan je huis. Vraag welke goede doelen jouw geliefkoosde club steunt. Of schets eens wat een voetbalclub lokaal in beweging zet: je zou er zo van gaan heupwiegen.

En toch is voetbal zo’n gemakkelijk doelwit. Hoe komt dat? Of anders gesteld, waarom geeft “het voetbal” ons die munitie, telkens weer?

Voetbal is de volkssport bij uitstek. “Klopt niet, dat is wielrennen”, zegt u? Hoeveel wielrenners van Afrikaanse afkomst kent u in het peloton? Niet alleen het peloton dat over kasseien van Parijs naar Roubaix hobbelt, ook het peloton dat elke zondag uw voortuintje voorbijraast. En naast etnische diversiteit is er in het voetbal ook een enorme economische verscheidenheid. Dokwerkers tackelen advocaten. Verkopers dribbelen werkzoekenden. Je kan over voetbal veel denken en nog meer vertellen, maar niet dat het een elitesport is. Voetbal bereikt alle lagen van de bevolking. Dat maakt van voetbal een bijzonder waardevolle sport, maar dat maakt het meteen ook bijzonder kwetsbaar. Net zoals onze samenleving.

Ook typisch aan voetbal is het fysieke contact. Zelfs op de meest vredevolle plek in Vlaanderen, slaagt voetbal erin om de haantjes op de eerste rij te krijgen. Er één keertje stevig invliegen en het spel zit op de wagen. En samen met die fysieke contacten, loeren ook de discussies om de hoek. In een voetbalminuut kan je als scheidsrechter wel tien beslissingen nemen. En dus ook tien keer de foute. In de meeste sporten kan je hooguit discussiëren of de bal binnen of buiten was (dank je, hawkeye) of over een valse start. In het voetbal hebben we te kampen met buitenspel, overtredingen, over de lijn of niet, balvoordeel, terugspeelbal, … Voetbal is een eenvoudig spelletje en toch hypercomplex, en dat maakt het dus ook hypergevoelig.

Pleit dit alles “het voetbal” vrij? Natuurlijk niet. Hooguit moeten we eens nadenken over wie of wat “het voetbal” is. Elke coach, elke speler, elke ouder, elke scheidsrechter en elke supporter maakt zélf het voetbal. Het beleid zorgt voor een spiegel, die soms wat hoger of lager geplaatst wordt, of die wat minder reflecteert. Iedereen moet het aandurven om voor die spiegel te gaan staan – het beleid zelf ook, dat spreekt. Alleen dan kunnen we, samen, “het voetbal” nog beter maken.

Jonas Heuts