‘Refugees welcome’

Herinnert u zich de beelden nog van vlak voor de interlandstop?

Refugees welcome In de meeste Duitse voetbalstadions hadden supporters spandoeken gemaakt met daarop ‘Refugees welcome’. De beelden gingen de wereld rond. Fans die hun maatschappelijk engagement tonen, dat zie je niet elke dag. Of dat laat men niet elke dag zien, omdat het een beetje atypisch is. Je ziet het in de Bundesliga. Je ziet het bijna niet in de Premier League, hoewel Engeland de bakermat is van community werking rond het voetbal. Je ziet het niet elders: noch bij volgevreten populaire competities, noch in kleinere landen.

Real Madrid deed er een schepje bovenop: het stelde 1 miljoen euro voor de vluchtelingen beschikbaar. Daarmee veeg je geen vijftien jaar potverteren en waanzinnige transferbedragen betalen uit, maar het was een belangrijk signaal. Bayern München was de Koninklijke al voorafgegaan: ook 1 miljoen euro. Bij aanvang van de thuiswedstrijd tegen Augsburg mochten elf jonge vluchtelingen mee het veld oplopen: een ogenschijnlijk makkelijk en simpel gebaar, maar je kunt er donder op zeggen dat die kleine jongens dat hun hele leven niet meer vergeten. Klasse!

En bij ons? Geen spandoeken op de tribunes, geen engagement van supporters, nauwelijks iets bij de clubs. KAA Gent stapte mee in een door FC Porto gestart initiatief om de eerste thuiswedstrijd in de Champions League voor elk verkocht ticket één euro af te staan voor de vluchtelingen. ‘Let’s go migrants!’ tweette Porto. We zullen voor één keer de begripsverwarring door de ogen zien (‘vluchtelingen’ zijn iets helemaal anders dan ‘migranten’), wat telt is het idee. Gent tweette: ‘We werken graag mee aan breed draagvlak @UEFAcom van @FCPorto initiatief hulp oorlogsvluchtelingen #COBW’. Onze landskampioen gaf het goede voorbeeld. Hulde!

Ook Anderlecht stond een deel van de inkomsten uit de Europa League-wedstrijd tegen AS Monaco af. Waasland-Beveren organiseerde op 19 september dan weer een barbecue voor Nepal, dat in april getroffen werd door een zware aardbeving. Ook fijn. Het zegt veel over ons dat we die ramp al vergeten zijn. Maar voor de rest: grote stilte.

Ben ik te streng? Ben ik onrealistisch? Ben ik te vroeg? Moet ik accepteren dat niet alleen ons voetbal trager is dan dat van de Bundesliga, maar ook de beleving errond en dat er tegen Kerstmis aan wel iets zal gebeuren rond de vluchtelingen?

Ik vrees dat onze voetbalbestuurders zich afzijdig willen houden van politiek en dat ze de vluchtelingenproblematiek in de eerste plaats als een politiek probleem beschouwen. Dat krijg je met politieke leiders die tegen elkaar op schreeuwen. Er is ongetwijfeld ook de vrees voor een deel van de achterban, de xenofoben die vaak de luidste roepers zijn. Daar moet je als club tegen in durven te gaan. Net nu moet de sociale werking van onze clubs op het voorplan treden en initiatief nemen, desnoods de eigen supporters een geweten schoppen. Misschien moet je dan niet ‘Refugees welcome’ afficheren, maar je kunt op z’n minst meeleven met die sukkels die alles achter laten om te kunnen overleven. Een collecte kan ook.

De Bundesliga, dat was hartverwarmend. Dat zou ook bij ons kunnen. Volgend weekend, bijvoorbeeld.

Frank Van Laeken

Advertisements

Terug naar (voetbal)school

Please rememberDe grote jongens zijn intussen al zes speeldagen ver, maar nu ook het amateur- en jeugdvoetbal werden afgetrapt, kunnen we pas écht zeggen dat het voetbalseizoen 2015/2016 helemaal op gang geschoten is. U weet hoe dat gaat: veel goede voornemens — de start van het seizoen is het nieuwjaar van de voetballer — waarvan er hopelijk toch een paar gerealiseerd zullen worden.

Een paar maanden geleden waren er nog enkele opvallende incidenten in het jeugdvoetbal: een jeugdtrainer die werd geschorst omdat hij zijn jongens met een T-shirt met het opschrift ‘Lul van de week’ liet rondlopen, een club die een spelertje ontsloeg omdat diens vader klappen had gegeven aan een scheidsrechter, nog andere incidenten met vaak zeer jonge refs als slachtoffer.

Uit mijn al bij al korte maar zeer intense periode in het professionele voetbal is me bijgebleven dat de toenmalige jeugdcoördinator van Beerschot AC van bij zijn vorige werkgevers het principe ‘Opvoeden van voetbalouders’ had meegebracht. Tijdens een paar gerichte sessies werd aan vaders en moeders van voetballende zonen duidelijk gemaakt dat hun gedrag langs de lijn wel degelijk een invloed heeft op hun kroost. Die gaan zich anders — agressiever of net passiever — gedragen op het veld als ze de hele tijd kritiek op zichzelf of verwensingen aan het adres van de scheidsrechter of een tegenstander te horen krijgen.

Verbale en fysieke agressie zijn niet nieuw in het jeugdvoetbal. Dat bestond veertig jaar geleden, toen ik zelf bescheiden stapjes binnen de groene rechthoek waagde, ook al, maar het kwam niet in de krant, er werd geen aandacht aan besteed op radio en televisie, er bestonden geen sociale media om alles uit te vergroten. En het was minder erg dan nu. Het bleef meestal bij een luide vloek of een dronken dreigement.

Vandaag is de druk op de frêle schouders van tieners met een klein beetje balgevoel veel groter. Papa ziet onmiddellijk een nieuwe Messi in z’n in de tuin met een bal jonglerende oogappel, mama hoort de kassa in de verte al rinkelen, als zoonlief werkelijk talent heeft staat er ongetwijfeld ook al een makelaar over de haag mee te gluren om zo snel mogelijk de would-be Rode Duivel aan zich te binden, je weet maar nooit dat die kleine écht doorbreekt.

Voor pubers op noppen is voetbal tegenwoordig te weinig fun en te veel ‘van moetens’ geworden. Moeten in het basiselftal staan, moeten winnen, moeten kampioen worden, moeten carrière uitbouwen. Opgefokt door eigen waanideeën en opgejaagd door waanzinnige beloften van de buitenwereld staan zulke ouders dan langs de zijlijn hun, meestal ijdele, hoop te koesteren en hun angsten en frustraties te verbijten. Dan is het niet onlogisch dat er af en toe eentje knapt en dat die al wie tussen zijn zoon en het scoren van de winnende treffer in de wereldbekerfinale durft te komen staan afsnauwt of desnoods een mep geeft. Het valt niet goed te keuren, maar er is een verklaring voor.

Jeugdvoetbal moet opnieuw tot de essentie terugkeren: jonge voetballers de kans geven in groepsverband een prettige vrijetijdsbesteding te beleven. Dat er talenten tussenlopen is mooi meegenomen, dat die achteraf doorbreken prachtig, maar daar gaat het in eerste instantie niet om. Plezier beleven aan het spelletje is oneindig veel belangrijker op die leeftijd.

Opvoeden van voetbalouders zou tot het standaardpakket van de community-werking én de jeugdopleiding van onze clubs moeten behoren.

Frank Van Laeken