No to racism

No to racismSoms moet een mens risico’s nemen in het leven. Tik bijvoorbeeld ‘No to racism’ in op Google en een van de eerste dingen die je te zien krijgt is een YouTube-filmpje waarin de betere voetballers van de wereld — Lionel Messi, Cristiano Ronaldo, Franck Ribéry, Gareth Bale, Arjen Robben en tutti quanti — oproepen om racisme te bannen uit de stadions. Mooie actie. Hartverwarmend. Rolmodellen die een belangrijke boodschap de wereld insturen. Tot je de reacties onder het filmpje leest. Dan zie je kreten als “Yes to racism! Heil Hitler”. Of: “Muslims still don’t belong to europe. That is not racism”. En nog: “Racism = survival”. Taal- en tikfouten inbegrepen.

Even verbijsterend waren de resultaten van een recente enquête die het voetbalweekblad ‘Fan’ bij meer dan duizend Vlamingen uitvoerde. Eén op vijf ondervraagden vindt anti-racistische campagnes overbodig. Tweeënzestig procent was al getuige van een racistisch incident op de tribunes, één op twee durfde daar niet op te reageren. Eén op vijf Vlamingen vindt de multiculturele Rode Duivels geen goed voorbeeld voor de jeugd. Eén op de vier betreurt de aanwezigheid van veel nationaliteiten en culturen in de Jupiler Pro League. Eén op vier vindt die oerwoudkreten hoegenaamd geen probleem, 14 procent doet zelfs vrolijk mee.

U bent verbaasd? Ik niet. Ik hoor ze gelukkig steeds minder op mijn plekje in de tribune van mijn geliefkoosde Antwerpse derdeklasser, maar ik maak me geen illusies: een eindje verderop wordt er wel degelijk nog ‘Oe-oe-oe’ geroepen naar de zwarte bij de tegenstander, want zo gaat dat: ónze zwarte, goede zwarte, hún zwarte, domme neger. Oe-oe-oe. Of een banaan naar zijn hoofd.

Waarom het mij niet verbaast? Lees de reacties op diverse fora. Luister eens hoe er om u heen gereageerd wordt op vluchtelingen of moslims. Of kijk naar de verkiezingsuitslag van nauwelijks elf jaar geleden, toen Vlaams Blok 24,15 procent haalde bij de federale parlementsverkiezingen. Dat is, inderdaad, één op vier Vlamingen. Wellicht diezelfde één op vier die ‘Oe-oe-oe’ geen probleem vindt.

We kunnen het weglachen. We kunnen het negeren. We kunnen het relativeren. Maar we kunnen niet ontkennen dat het bestaat. Het zwarte beest — niet de gekleurde medemens, maar de vermeende superioriteit die sommigen, en helaas niet al te weinig, onder ons claimen omdat zij blank zijn — is nog altijd onder ons; het is niet omdat de Vlaams Blokkiezers uitgezwermd zijn naar andere partijen, dat het geen maatschappelijke realiteit is dat één op vier Vlamingen racistisch is of geen bezwaar heeft tegen racistische uitingen.

Het is een gegeven waarmee community werkers binnen onze voetbalclubs blijvend aan de slag moeten. De strijd is niet verloren, maar hij is ook ver van gewonnen. Scheidsrechters moeten optreden tegen racisme op én naast het veld, veel strenger dan nu. Eén onverlaat die een oerkreet slaakt, kunnen we nog individueel aanpakken. Een deel van de tribune die dat doet, niet meer. Wedstrijd stilleggen, bij herhaaldelijk voorkomen zelfs stopzetten, forfaitcijfers tegen de club van de daders, fikse boetes, een meldpunt voor wie zich aangevallen voelt vanwege zijn of haar huidskleur, daadkrachtig optreden door de voetbalbond: we mogen dit probleem niet minimaliseren of uit het oog verliezen. En binnen de clubs moet er vanuit de bestuurskamer respect zijn voor de medewerkers die dit in de praktijk moeten proberen op te lossen.

‘No to racism’ zou niet eens een tv-spot hoeven te zijn. Het probleem is er, dus moet er iets tegen gedaan worden. Altijd en overal. Zonder pardon.

Frank Van Laeken

Advertisements