About Football+ Foundation

De Football+ Foundation is de sociale pijler van het Belgische voetbal en stimuleert het Belgisch voetbal in haar sociaal engagement en in de communicatie hierover. De Football+ Foundation werkt hiervoor samen met partners in de samenleving: overheden, organisaties en ondernemingen. De Football+ Foundation biedt kennis en steun, ontwikkelt sociale projecten, communiceert en mobiliseert.

Ik zwijg nog steeds tegen de ref

stoepbord Jodan BoysDe trainers hebben zich dit weekend weer van hun beste kant laten zien. Stijn Vreven, alom geroemd voor zijn “beleving”, vond het nodig om de ref af te blaffen tot hij – vanzelfsprekend tot zijn stomste verbazing – naar de neutrale zone verwezen werd. In de Bundesliga was er een trainer die het nog bonter maakte. Toen hij door de scheids werd uitgesloten, weigerde hij de dug-out te verlaten, zodat de ref geen andere oplossing zag dan de wedstrijd gedurende bijna tien minuten te neutraliseren. Trieste taferelen, die alleen maar uit de wereld geholpen kunnen worden door enerzijds een meer dwingende gedragscode op te leggen, en anderzijds te voorzien in een relevant sanctioneringssysteem.

De gedragscode kan eigenlijk heel eenvoudig zijn: Alle personen die op de bank zitten (of ervoor staan) moeten zich onthouden van elke commentaar ten aanzien van de scheids-, grens-, en andere rechters. (De manipulatie van de scheidsrechter hoort een privilegie van het publiek te zijn!) Een overtreding hierop dient onmiddellijk – dit wil zeggen zonder eventuele voorafgaandelijke verwittiging – te worden bestraft met de uitsluiting. Deze code dient zo strikt te worden toegepast, dat deze gedragsvorm over enkele jaren als een evidentie geldt, net zoals in andere sporten. Een overgangsfase is onvermijdelijk, maar hoeft niet eens zo lang te duren.

Wat de bestraffing betreft, dient de “uitsluiting” letterlijk genomen worden. De nu gangbare verwijzing naar de neutrale zone is een lachertje. Stijn Vreven stond gisteren, na zijn uitsluiting, nààst in plaats van voor de dugout – een ingreep met een volstrekt verwaarloosbaar effect op de gang van zaken. Bovendien komt een dergelijke bestraffing belachelijk over, wat de positie van de ref ook niet meteen versterkt. Voor de coaches (en alle andere bankzitters) zouden dezelfde normen moeten gelden als voor de veldspelers: bij een uitsluiting dienen ze meteen verwezen te worden naar een échte neutrale zone, één waar ze de wedstrijd niet meer kunnen volgen, en waar ze ook geen enkele communicatie met “de bank” mogelijk meer kunnen voeren. Zodoende zou elke invloed op de wedstrijd hen ontzegd worden – dé nachtmerrie van elke coach (des te meer omdat coaches geneigd zijn hun belang te overschatten)!! Voor alle duidelijkheid: het gaat hierbij zeker niet alleen over het excessieve gedrag zoals in de twee voorbeelden hierboven, maar over élke vorm van communicatie die als enige doel heeft om de ref te manipuleren. Ook ogenschijnlijk onschuldige zaken zoals het (vaak al te pathetische) opeisen van een inworp, hoekschop, fout, of buitenspel horen daarbij. Er moet gezwegen en gevoetbald worden.

Het is belangrijk om dit gedrag aan te leren van jongs af aan. Zoals geweten gaan trainers ook in de jeugdreeksen bij bosjes uit de bol, waarbij ze dan in het ergste geval “achter de platen” gezet worden – een positie van waaruit ze vervolgens even hard kunnen verder schreeuwen. Ook hier is de verwijzing naar de kleedkamer een veel beter alternatief: ten eerste omdat de boosdoeners dan ook écht uitgeschakeld worden, ten tweede omdat de trainers in kwestie daardoor allicht een grotere rem zullen ervaren vooraleer ze hun duiveltjes weer beginnen te ontbinden.

Trainers die zich, zoals de Duitse coach, boven het gezag van de ref willen zetten, moeten daar maar de consequenties van dragen. Geldboetes helpen daarbij niet: voor de profs zijn ze sowieso belachelijk laag, voor de meeste vrijwilligers in de jeugdreeksen dan weer (veel) te hoog. Maar welke trainer wil de verantwoordelijkheid op zich nemen voor – bijvoorbeeld – een forfaitscore? Tref de oproerkraaiers daarom waar het pijn doet, niet zozeer met de bedoeling om hen te straffen, maar om samen te werken aan een algehele mentaliteitswijziging.

 

Pieter Bergé

Advertisements

Nieuwjaarsbrief

Deze brief verscheen op 23/12/2015 de website van Radio 1. 

11036839_1562648674007605_4841206123703834332_nBeste voetbalsupporter,

 

Het is met enige ongerustheid dat ik u schrijf en dat ik nog een keer op dezelfde spijker hamer. Maar het is helaas niet zo dat ik hem op laag water moet zoeken.
Vandaar, toch maar.

U bent het uiteraard niet, maar 1 op 4 Vlaamse voetbalsupporters vindt oerwoudgeluiden maken (oe-oe) als er een zwarte voetballer (van de tegenpartij wellicht) op het veld staat doodnormaal. Zo bleek uit een recente enquête van Het Nieuwsblad.

1 op 5 vindt onze prachtige gekleurde Rode Duivels geen goed voorbeeld voor de jeugd. En toch ziet twintig procent het nut niet in van campagnes tegen racisme ?

Snel gaat het overigens niet veranderen, want vijftig procent durft niet te reageren wanneer ze getuige zijn van racisme. Onze terughoudende Vlaamse aard, mijnheer.

U zou natuurlijk kunnen tegenwerpen dat een significante meerderheid van onze voetbalsupporters nièt racistisch is. Maar dat is hier een kromme redenering. Ook een significante meerderheid van de concertgangers in de Bataclan in Parijs heeft de aanslag overleefd, maar we zijn het er toch over een dat het een vreselijke tragedie was. Ieder slachtoffer was er één teveel, iedere racist is er één teveel.

Nu het oude jaar zachtjes in het nieuwe is gegleden en u mekaar onder de kerstboom alweer het beste heeft toegewenst, laat daar dan ook wat gezond verstand bij zijn. En goede manieren. Die zijn gratis.

Het is een hardnekkige misvatting dat een toegangskaartje een vrijbrief is primair gedrag of gebral, de grenzen van het fatsoen houden niet op aan een stadionpoort. Helaas lijkt het er wel bij te horen als een hamburger bij de rust. En in se zijn er geen gradaties in verbaal hooliganisme, maar racisme heeft wel een aparte plaats. Er ligt een lange en beladen geschiedenis van onderdrukking en discriminatie aan de basis van nultolerantie voor beledigingen die verband houden met ras, godsdienst of cultuur.

Liefst van al zou ik u als ‘supporter’ in het nieuwe jaar enkel willen zien doen wat dat woord ook gewoon betekent: ‘supporter’, uit het Frans, steunen. Een naïeve wens, ik weet het, maar kan u dan voortaan minstens toch ook naar zwarte voetballers gewoon BOE roepen, met een B dus. Of onnozelaar. En ‘vuile zwarte’ kan u altijd nog kwijt voor de scheidsrechter. Willen we dat afspreken ?

Vriendelijke groeten,

Peter Vandenbempt

No to racism

No to racismSoms moet een mens risico’s nemen in het leven. Tik bijvoorbeeld ‘No to racism’ in op Google en een van de eerste dingen die je te zien krijgt is een YouTube-filmpje waarin de betere voetballers van de wereld — Lionel Messi, Cristiano Ronaldo, Franck Ribéry, Gareth Bale, Arjen Robben en tutti quanti — oproepen om racisme te bannen uit de stadions. Mooie actie. Hartverwarmend. Rolmodellen die een belangrijke boodschap de wereld insturen. Tot je de reacties onder het filmpje leest. Dan zie je kreten als “Yes to racism! Heil Hitler”. Of: “Muslims still don’t belong to europe. That is not racism”. En nog: “Racism = survival”. Taal- en tikfouten inbegrepen.

Even verbijsterend waren de resultaten van een recente enquête die het voetbalweekblad ‘Fan’ bij meer dan duizend Vlamingen uitvoerde. Eén op vijf ondervraagden vindt anti-racistische campagnes overbodig. Tweeënzestig procent was al getuige van een racistisch incident op de tribunes, één op twee durfde daar niet op te reageren. Eén op vijf Vlamingen vindt de multiculturele Rode Duivels geen goed voorbeeld voor de jeugd. Eén op de vier betreurt de aanwezigheid van veel nationaliteiten en culturen in de Jupiler Pro League. Eén op vier vindt die oerwoudkreten hoegenaamd geen probleem, 14 procent doet zelfs vrolijk mee.

U bent verbaasd? Ik niet. Ik hoor ze gelukkig steeds minder op mijn plekje in de tribune van mijn geliefkoosde Antwerpse derdeklasser, maar ik maak me geen illusies: een eindje verderop wordt er wel degelijk nog ‘Oe-oe-oe’ geroepen naar de zwarte bij de tegenstander, want zo gaat dat: ónze zwarte, goede zwarte, hún zwarte, domme neger. Oe-oe-oe. Of een banaan naar zijn hoofd.

Waarom het mij niet verbaast? Lees de reacties op diverse fora. Luister eens hoe er om u heen gereageerd wordt op vluchtelingen of moslims. Of kijk naar de verkiezingsuitslag van nauwelijks elf jaar geleden, toen Vlaams Blok 24,15 procent haalde bij de federale parlementsverkiezingen. Dat is, inderdaad, één op vier Vlamingen. Wellicht diezelfde één op vier die ‘Oe-oe-oe’ geen probleem vindt.

We kunnen het weglachen. We kunnen het negeren. We kunnen het relativeren. Maar we kunnen niet ontkennen dat het bestaat. Het zwarte beest — niet de gekleurde medemens, maar de vermeende superioriteit die sommigen, en helaas niet al te weinig, onder ons claimen omdat zij blank zijn — is nog altijd onder ons; het is niet omdat de Vlaams Blokkiezers uitgezwermd zijn naar andere partijen, dat het geen maatschappelijke realiteit is dat één op vier Vlamingen racistisch is of geen bezwaar heeft tegen racistische uitingen.

Het is een gegeven waarmee community werkers binnen onze voetbalclubs blijvend aan de slag moeten. De strijd is niet verloren, maar hij is ook ver van gewonnen. Scheidsrechters moeten optreden tegen racisme op én naast het veld, veel strenger dan nu. Eén onverlaat die een oerkreet slaakt, kunnen we nog individueel aanpakken. Een deel van de tribune die dat doet, niet meer. Wedstrijd stilleggen, bij herhaaldelijk voorkomen zelfs stopzetten, forfaitcijfers tegen de club van de daders, fikse boetes, een meldpunt voor wie zich aangevallen voelt vanwege zijn of haar huidskleur, daadkrachtig optreden door de voetbalbond: we mogen dit probleem niet minimaliseren of uit het oog verliezen. En binnen de clubs moet er vanuit de bestuurskamer respect zijn voor de medewerkers die dit in de praktijk moeten proberen op te lossen.

‘No to racism’ zou niet eens een tv-spot hoeven te zijn. Het probleem is er, dus moet er iets tegen gedaan worden. Altijd en overal. Zonder pardon.

Frank Van Laeken

Voetbal is vrede

ParisVoetbal is oorlog. Het is een uitspraak die de Nederlandse succescoach Rinus Michels ook tien jaar na zijn dood blijft achtervolgen. Als het ergens uit de hand loopt op een voetbalterrein, kun je er donder op zeggen dat weer eens iemand die woorden zal oprakelen. Idem dito als er ongeregeldheden uitbreken op de tribunes. Terwijl Michels met die uit zijn context gerukte uitspraak uit 1970 vooral bedoelde dat er moest gebikkeld worden op het veld. “Topvoetbal is zoiets als oorlog. Wie te netjes blijft, is verloren”, zei hij in werkelijkheid in het Algemeen Dagblad. Dat klinkt al veel minder brutaal dan dat versimpelde ‘Voetbal is oorlog’.

Voetbal scheidt. Supportersclans jagen elkaar negentig minuten en soms veel langer op stang. Spelers worden opgejut om de ‘vijand’ te lijf te gaan. Bloed aan de palen, hoor ik wel eens uit duizenden kelen tegelijk weerklinken in het stadion van mijn geliefde club. Het is figuurlijk bedoeld, maar het komt behoorlijk agressief over. Fans denken zwart/wit: wie niet met ons is, is tegen ons.

Voetbal verenigt. Het gebeurt al te zelden, maar na de verschrikkelijke gebeurtenissen in Parijs zagen we het toch gebeuren. In ‘normale’ omstandigheden — vreemd dat ik dit zo moet verwoorden… — zouden Duitsers en Nederlands elkaar verrot schelden. Nu liepen ze broederlijk door elkaar vlak voor een oefeninterland die uiteindelijk om veiligheidsredenen werd afgelast. Engelsen zongen de Marseillaise in een volgepakt Wembley. Veel gekker wordt het niet. Veel warmer ook niet. Het is jammer dat er een reeks aanslagen en menselijke drama’s nodig waren om dit resultaat te verkrijgen, maar hartverwarmend was het hoe dan ook.

We zagen het eerder dit jaar al bij de plotse dood van enkele jonge voetballers in eigen land. In het aanschijn van de dood reageren de meeste supporters respectvol. Heel eventjes verdwijnt de haat, wordt de strijdbijl begraven. Een fractie lang ‘walkt’ niemand in het stadion ‘alone’. Eén minuut lang is de stilte werkelijk oorverdovend. Om dan toch vrij snel over te gaan tot de orde van de dag: wij willen winnen, dus moet de andere verliezen!

Sport is de belangrijkste bijzaak, zei een Duitse tv-baas ooit. Voetbal is voor ons de belangrijkste van die belangrijke bijzaken. Een sport die ondanks allerlei uitwassen, corruptieschandalen, veiligheidsrisico’s en maatschappelijke problemen die tot in het stadion worden doorgetrokken, lééft. Meer dan ooit zelfs. U wilt bewijzen? Twintig jaar geleden trokken er gemiddeld 7.611 toeschouwers naar de thuiswedstrijden van onze eersteklassers. Vandaag zijn dat er meer dan vierduizend meer. En je ziet dat niet alleen bij ons: in Duitsland is het gemiddelde aantal toeschouwers op twintig jaar tijd met 13.000 toegenomen, in Engeland met bijna 12.000. Het voetbal is niet dood, wel integendeel. Als dat voetbal dan ook signalen van solidariteit en menselijkheid uitstuurt, kun je daar alleen maar blij om zijn. Je brengt er de doden van vorige vrijdag niet mee terug, noch hou je er terroristen mee tegen, maar het geeft wel aan dat mensen die een stadion betreden het hart op de juiste plaats dragen.

Voetbal is (heel soms) vrede. Dat is geruststellend en stemt hoopvol. Dat smaakt naar meer, maar dan liefst zonder de concrete aanleiding die er nu was. Zullen we dat afspreken?
Frank Van Laeken

Column Spaarkasjes in De Morgen van 14 nov 2015

Hans Vandeweghe

Spaarkasjes

Gisterenochtend zat de Vlaamse regering samen en hadden de excellenties het onder meer over sport. Nu denkt u: o jee, dit wordt saai, maar bijt even door. We proberen het zo spannend mogelijk op te schrijven. En voor de trouwe Nederlandse volgers van deze rubriek: als u wilt weten waarom we in België weinig klaar krijgen in de sport, leest u ook maar verder.

Vaststelling 1. Vlaanderen subsi- dieert momenteel 65 verschillende sportbonden, waaronder vijf wandel-federaties, twee wielerbonden en een hele rist verzuilde omnisportbonden, al of niet afhankelijk van de mutualiteiten. Om de administratie van al die bonden in stand te houden en te betoelagen deelt Vlaanderen jaarlijks 26 miljoen euro uit en dan is er nog geen meter gesport, maar dat is bijzaak in de sportwoestijn Vlaanderen.

Vaststelling 2. Het federatiedecreet van 2001 heeft enkele uitwassen gekweekt, zoals kleinere bonden die omgerekend per lid maar liefst 50 euro subsidie krijgen van de overheid. Dat decreet subsidieert per lid en per personeelslid en…

View original post 503 more words

‘Refugees welcome’

Herinnert u zich de beelden nog van vlak voor de interlandstop?

Refugees welcome In de meeste Duitse voetbalstadions hadden supporters spandoeken gemaakt met daarop ‘Refugees welcome’. De beelden gingen de wereld rond. Fans die hun maatschappelijk engagement tonen, dat zie je niet elke dag. Of dat laat men niet elke dag zien, omdat het een beetje atypisch is. Je ziet het in de Bundesliga. Je ziet het bijna niet in de Premier League, hoewel Engeland de bakermat is van community werking rond het voetbal. Je ziet het niet elders: noch bij volgevreten populaire competities, noch in kleinere landen.

Real Madrid deed er een schepje bovenop: het stelde 1 miljoen euro voor de vluchtelingen beschikbaar. Daarmee veeg je geen vijftien jaar potverteren en waanzinnige transferbedragen betalen uit, maar het was een belangrijk signaal. Bayern München was de Koninklijke al voorafgegaan: ook 1 miljoen euro. Bij aanvang van de thuiswedstrijd tegen Augsburg mochten elf jonge vluchtelingen mee het veld oplopen: een ogenschijnlijk makkelijk en simpel gebaar, maar je kunt er donder op zeggen dat die kleine jongens dat hun hele leven niet meer vergeten. Klasse!

En bij ons? Geen spandoeken op de tribunes, geen engagement van supporters, nauwelijks iets bij de clubs. KAA Gent stapte mee in een door FC Porto gestart initiatief om de eerste thuiswedstrijd in de Champions League voor elk verkocht ticket één euro af te staan voor de vluchtelingen. ‘Let’s go migrants!’ tweette Porto. We zullen voor één keer de begripsverwarring door de ogen zien (‘vluchtelingen’ zijn iets helemaal anders dan ‘migranten’), wat telt is het idee. Gent tweette: ‘We werken graag mee aan breed draagvlak @UEFAcom van @FCPorto initiatief hulp oorlogsvluchtelingen #COBW’. Onze landskampioen gaf het goede voorbeeld. Hulde!

Ook Anderlecht stond een deel van de inkomsten uit de Europa League-wedstrijd tegen AS Monaco af. Waasland-Beveren organiseerde op 19 september dan weer een barbecue voor Nepal, dat in april getroffen werd door een zware aardbeving. Ook fijn. Het zegt veel over ons dat we die ramp al vergeten zijn. Maar voor de rest: grote stilte.

Ben ik te streng? Ben ik onrealistisch? Ben ik te vroeg? Moet ik accepteren dat niet alleen ons voetbal trager is dan dat van de Bundesliga, maar ook de beleving errond en dat er tegen Kerstmis aan wel iets zal gebeuren rond de vluchtelingen?

Ik vrees dat onze voetbalbestuurders zich afzijdig willen houden van politiek en dat ze de vluchtelingenproblematiek in de eerste plaats als een politiek probleem beschouwen. Dat krijg je met politieke leiders die tegen elkaar op schreeuwen. Er is ongetwijfeld ook de vrees voor een deel van de achterban, de xenofoben die vaak de luidste roepers zijn. Daar moet je als club tegen in durven te gaan. Net nu moet de sociale werking van onze clubs op het voorplan treden en initiatief nemen, desnoods de eigen supporters een geweten schoppen. Misschien moet je dan niet ‘Refugees welcome’ afficheren, maar je kunt op z’n minst meeleven met die sukkels die alles achter laten om te kunnen overleven. Een collecte kan ook.

De Bundesliga, dat was hartverwarmend. Dat zou ook bij ons kunnen. Volgend weekend, bijvoorbeeld.

Frank Van Laeken

Terug naar (voetbal)school

Please rememberDe grote jongens zijn intussen al zes speeldagen ver, maar nu ook het amateur- en jeugdvoetbal werden afgetrapt, kunnen we pas écht zeggen dat het voetbalseizoen 2015/2016 helemaal op gang geschoten is. U weet hoe dat gaat: veel goede voornemens — de start van het seizoen is het nieuwjaar van de voetballer — waarvan er hopelijk toch een paar gerealiseerd zullen worden.

Een paar maanden geleden waren er nog enkele opvallende incidenten in het jeugdvoetbal: een jeugdtrainer die werd geschorst omdat hij zijn jongens met een T-shirt met het opschrift ‘Lul van de week’ liet rondlopen, een club die een spelertje ontsloeg omdat diens vader klappen had gegeven aan een scheidsrechter, nog andere incidenten met vaak zeer jonge refs als slachtoffer.

Uit mijn al bij al korte maar zeer intense periode in het professionele voetbal is me bijgebleven dat de toenmalige jeugdcoördinator van Beerschot AC van bij zijn vorige werkgevers het principe ‘Opvoeden van voetbalouders’ had meegebracht. Tijdens een paar gerichte sessies werd aan vaders en moeders van voetballende zonen duidelijk gemaakt dat hun gedrag langs de lijn wel degelijk een invloed heeft op hun kroost. Die gaan zich anders — agressiever of net passiever — gedragen op het veld als ze de hele tijd kritiek op zichzelf of verwensingen aan het adres van de scheidsrechter of een tegenstander te horen krijgen.

Verbale en fysieke agressie zijn niet nieuw in het jeugdvoetbal. Dat bestond veertig jaar geleden, toen ik zelf bescheiden stapjes binnen de groene rechthoek waagde, ook al, maar het kwam niet in de krant, er werd geen aandacht aan besteed op radio en televisie, er bestonden geen sociale media om alles uit te vergroten. En het was minder erg dan nu. Het bleef meestal bij een luide vloek of een dronken dreigement.

Vandaag is de druk op de frêle schouders van tieners met een klein beetje balgevoel veel groter. Papa ziet onmiddellijk een nieuwe Messi in z’n in de tuin met een bal jonglerende oogappel, mama hoort de kassa in de verte al rinkelen, als zoonlief werkelijk talent heeft staat er ongetwijfeld ook al een makelaar over de haag mee te gluren om zo snel mogelijk de would-be Rode Duivel aan zich te binden, je weet maar nooit dat die kleine écht doorbreekt.

Voor pubers op noppen is voetbal tegenwoordig te weinig fun en te veel ‘van moetens’ geworden. Moeten in het basiselftal staan, moeten winnen, moeten kampioen worden, moeten carrière uitbouwen. Opgefokt door eigen waanideeën en opgejaagd door waanzinnige beloften van de buitenwereld staan zulke ouders dan langs de zijlijn hun, meestal ijdele, hoop te koesteren en hun angsten en frustraties te verbijten. Dan is het niet onlogisch dat er af en toe eentje knapt en dat die al wie tussen zijn zoon en het scoren van de winnende treffer in de wereldbekerfinale durft te komen staan afsnauwt of desnoods een mep geeft. Het valt niet goed te keuren, maar er is een verklaring voor.

Jeugdvoetbal moet opnieuw tot de essentie terugkeren: jonge voetballers de kans geven in groepsverband een prettige vrijetijdsbesteding te beleven. Dat er talenten tussenlopen is mooi meegenomen, dat die achteraf doorbreken prachtig, maar daar gaat het in eerste instantie niet om. Plezier beleven aan het spelletje is oneindig veel belangrijker op die leeftijd.

Opvoeden van voetbalouders zou tot het standaardpakket van de community-werking én de jeugdopleiding van onze clubs moeten behoren.

Frank Van Laeken

Brood en spelen

De veroordeling van Jordan Lukaku door de Politierechtbank van Brugge was de laatste tijd niet uit de media weg te slaan. Zowel krantenartikelen als internetfora stonden er vol van. Iedereen had wel een oordeel klaar over de jonge profvoetballer die zich afgelopen week voor de politierechter diende te verantwoorden voor feiten van overdreven snelheid en rijden zonder rijbewijs en het bovendien waagde om de sportclubs en managers mede verantwoordelijk te stellen.

Hoe betreurenswaardig de feiten ook moge zijn, geeft het onverantwoordelijke rijgedrag van jongeheer Lukaku thans wel de gelegenheid om het debat aangaande het grensoverschrijdende gedrag van sommige topsporters en meer specifiek van profvoetballers opnieuw leven in te blazen. Immers, lijkt het veel te vroege heengaan van voetballers zoals François Sterchele en Junior Malanda omwille van overdreven snelheid in het verkeer de voetbalwereld dan toch niet zodanig te hebben wakker geschud dat er sedertdien maatregelen zijn genomen om zulke voorvallen in de toekomst te vermijden.

Net zoals bij de gladiatoren in de Romeinse tijd het geval was, staat voor profvoetballers elke seconde van hun leven slechts in dienst van één doel: winnen. Elke dag opnieuw worden ze opgehitst door trainers, bestuurders, sponsoren, organisatoren, supporters en media om tegemoet te komen aan de hoge verwachtingen. Wie niet voldoet, valt zonder boe of bah af. Of erger, wordt met de grond gelijk gemaakt. Dat (jonge) voetballers in al hun prestatiedrift de weg af en toe eens kwijtraken, kan dan ook niet verwonderen.

Desondanks de talrijke voorbeelden van grensoverschrijdend gedrag in de voetbalsport tijdens de afgelopen jaren lijken (of willen?) omstaanders en rechtstreeks betrokkenen zoals trainers, bestuurders en voetbalouders maar niet inzien dat ook voor hen een belangrijke rol is weggelegd in het vormen van de persoonlijkheid en de zelfredzaamheid van jonge beloftevolle spelers op en rond het voetbalveld. In een wereld die voornamelijk door volwassenen beheerst wordt, is het voor deze jongeren immers niet vanzelfsprekend om eigen grenzen af te tasten, persoonlijkheid te ontwikkelen of voor zichzelf op te komen.

Sportclubs worden vandaag de dag aangemoedigd om kwaliteitsvolle jeugdopleidingen te
organiseren met het oog op detecteren en rekruteren van individueel voetbaltalent en dit
vervolgens op te leiden en maximaal te laten ontplooien. Naast het voetbaltechnische dat
centraal staat, wordt binnen deze opleidingen aandacht besteed aan onder meer schoolresultaten en het volgen van een gezonde levensstijl. De vraag stelt zich echter of het eens niet dringend tijd wordt om voor deze jongeren tevens gespecialiseerde begeleiding op maatschappelijk en financieel vlak te voorzien. Niemand immers die profvoetballers in spe leert omgaan met de enorme druk die met hun kortstondige carrière gepaard gaat en de aanzienlijke financiële middelen die ze vaak op erg jonge leeftijd al verwerven. Net zoals winnaars van grote bedragen via de Nationale Loterij beroep kunnen doen op een professioneel team dat praktisch advies verleent en hen over de eerste schok heen helpt, zouden jonge beloftevolle voetbalspelers binnen hun sportclub voorbereid moeten kunnen worden op de verleidingen die hen te wachten staan.
Het laten volgen van een verkeerscursus bij het B.I.V.V van zodra een droomwagen ter
beschikking wordt gesteld of het laten voeren van promotiecampagnes tegen racisme gelden louter bij wijze van voorbeeld. Het is aan de sportclub, die het dichtst bij haar spelers staat, en eventueel aangemoedigd door de voetbalouders om hierin verder creatief te zijn.

Kortom, de bal in het kamp van alleen de jonge stervoetballer leggen, is al te gemakkelijk.
Iedereen moet zijn steentje bijdragen. In de eerste plaats de sportclubs en de voetbalouders, maar evenzeer de supporters of de maatschappij in het algemeen. Immers blijft het een gegeven van brood en spelen. Enkel aangepaste begeleiding op jeugdniveau kan ervoor zorgen dat voor de gladiatoren van de eenentwintigste eeuw een mooie toekomst is weggelegd, zowel op als buiten de grasmat. Want laat ons wel wezen: het is het individu dat uiteindelijk moet slagen, niet de voetbalster erachter.

Pascal Nelissen Grade

Over de maatschappelijke rol van professionele voetbalclubs. Tien jaar later.

De communitywerking van KAA Gent biedt social return on public investment: door de organisatie van een communitywerking creëert KAA Gent maatschappelijke meerwaarde voor de Gentenaars als wederdienst voor de ontwikkeling van het nieuwe voetbalstadion dat mee door de overheid werd gerealiseerd. Kan de Gentse casus als voorbeeld dienen voor andere clubs, andere overheden en voor de Pro League? Wie heeft welke rol? Wie heeft welke verantwoordelijkheid? Tijd voor een debat over een zakelijk en billijk samenspel tussen voetbal en de overheid, ten voordele van voetbal en de samenleving.

VIDS_logo_WhiteBackgroundIn 2005 stelde Els Van Weert met haar Open Stadionmodel voor het eerst het principe van social return tegenover de vraag van de Belgische voetbalwereld om meer ondersteunende initiatieven. De staatssecretaris erkende de gedeelde verantwoordelijkheid: omwille van het grote draagvlak en de impact van de voetbalsport op de samenleving was het investeren van publieke financiën in het professioneel voetbal te verantwoorden. Doch, de tijd van de blanco cheques voor de voetbalclubs zou voorbij zijn: voetbalclubs zouden zich in ruil moeten engageren als maatschappelijk verantwoorde ondernemingen ten voordele van hun ‘local community’, de lokale gemeenschap rond de professionele voetbalclub. En zo zou een win-win samenwerking gesmeed kunnen worden voor de samenleving als geheel. De staatssecretaris legde met haar initiatief meer dan ooit de bal in het kamp van de voetbalclubs zelf, die verplicht zouden worden aan introspectie te doen over de mogelijke maatschappelijke rol die ze als voetbalondernemingen zouden kunnen spelen.

In Gent werd als gevolg van het initiatief van de staatssecretaris een unieke publiek-private samenwerking gesmeed: voetbalclub, lokale overheid en supporters dragen de maatschappelijke werking van KAA Gent via een organisatie met een eigen rechtspersoonlijkheid: vzw Voetbal in de stad. Met vele tientallen initiatieven en gesteund door de nationale Football+ Foundation gebruikte de organisatie de voorbije jaren de wervende kracht van KAA Gent voor het opzetten van sociale projecten, het verhogen van de supportersbetrokkenheid, het coördineren van een open stadionwerking, het organiseren van een niet-commerciële publiekswerking en het nemen van geëngageerde initiatieven rond jeugdvoetbal in Gent.

De communitywerking van KAA Gent bleef niet onopgemerkt. In 2014 ontving KAA Gent van de Pro League de prijs voor de sterkste communitywerking in het Belgische voetbal. Na het grootste volksfeest uit de Belgische voetbalgeschiedenis naar aanleiding van het eerste Gentse kampioenstitel stelde sportsocioloog Bart Vanreusel in Het Laatste Nieuws: “Wereldwijd hoor je supporters steeds vaker schreeuwen: ‘Geef ons ons voetbal terug!’ Bij KAA Gent hebben ze die boodschap járen geleden al begrepen. Het benut de sociale kracht van het voetbal op een heel goeie manier. Beter dan veel andere clubs. Er wordt aan maatschappelijk verantwoord ondernemen gedaan, op een manier die heel klaar en economisch correct is. Ook dát merkt de supporter. Hij voélt die authenticiteit”.

Publieke hefbomen benutten

De federale en de Vlaamse overheden bouwden hun steun aan communitywerking in de voorbije jaren stelselmatig af. En hoewel de werking in Gent vooral met Gentse middelen wordt gefinancierd, wordt het opdrogen van de bovenlokale ondersteuning ook in de Arteveldestad betreurd. In tijden van sanering wordt al snel populistisch aangedragen dat professionele voetbalclubs voldoende middelen hebben. Er wordt dan verwezen naar de astronomische transferbedragen die in het wereldje de ronde doen. Daarbij wordt wel vergeten dat een organisatie als vzw Voetbal in de stad weliswaar nauw verbonden is met de professionele voetbalclub, doch niet dezelfde entiteit is en al zeker een andere finaliteit heeft dan de professionele voetbalclub.

Net zoals dat in het Verenigd Koninkrijk en Nederland het geval is zouden de overheden de kracht van de professionele voetbalclubs veel meer kunnen aanwenden voor maatschappelijke vooruitgang, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van buurtsport in kansenwijken, het emanciperen van kansengroepen of het activeren van werkloze jongeren. Maar dat vergt dan wel het inzicht dat, door het ondersteunen van een organisatie als vzw Voetbal in de stad, wel de maatschappelijke werking en niet de voetbalclub zelf wordt gefinancierd.

Het is niet de voetbalclub, maar wel de wervende kracht van de voetbalclub die veel meer benut moet worden. Er valt voor overheden ook vele malen meer maatschappelijke winst te halen uit de samenwerking met een communitywerking verbonden aan een professionele voetbalclub, dan met een traditionele sociale organisatie. Een voetbalclub heeft een wervend vermogen te bieden waardoor een grotere dynamiek ontstaat die niet binnen een niet-voetbalcontext kan gegenereerd worden. Uiteraard is geloofwaardig engagement van de voetbalclub zelf daarbij cruciaal, bijvoorbeeld omdat een professionele voetbalclub in staat moet zijn bijkomende middelen te verwerven, in het bijzonder bij sponsors die evenzeer belang hechten aan maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Communitywerking is een samenspel dat pas echt wordt bevorderd als alle actoren de maatschappelijke meerwaarde zien van het samenspel. Noch de voetbalwereld, noch de overheden, noch private partners zijn vandaag in België voldoende overtuigd van de wervende voetbalkracht die kan ingezet worden ten voordele van de samenleving.

Op zoek naar de + van de Pro League

Binnen de Pro League verzamelt de Commissie Community de community managers van de Pro League clubs. Sinds 2012 hebben, op een handvol clubs na, de Belgische professionele voetbalorganisaties hun maatschappelijke inzet teruggeschroefd. De belangrijkste reden voor de stagnatie van communitywerking in het Belgische profvoetbal is het gebrek aan visie en het gebrek aan incentives binnen de traditionele voetbalwereld zelf, ondanks alle inspanningen die de Football+ Foundation de voorbije jaren heeft geleverd.

Binnen de Pro League staan diverse hervormingen op til. Meer dan ooit is het moment gekomen om het debat te voeren over de maatschappelijke rol van de Belgische professionele voetbalclubs en van de Profliga zelf. Wil de nieuwe liga betaald voetbal een organisatie zijn van moderne en verantwoordelijke voetbalbedrijven die bereid zijn social return te bieden voor de onmetelijke voordelen die ze vanwege de overheid genieten? Beseft de Pro League dat een duidelijke en positieve stellingname inzake maatschappelijke verantwoordelijkheid, communitywerking en supportersparticipatie haar in gesprekken met de overheden krachtig zou versterken? Durft de Pro League te becijferen welke dynamiek er zou ontstaan indien de Pro League, met een geloofwaardige agenda rond ‘social corporate responsability’, proactief  aan de overheden social return zou aanbieden? We zien vandaag het omgekeerde gebeuren. Voetbalmanagers blijven steeds opnieuw de overheden aanklampen om hulp voor allerlei voetbalzaken, zonder stil te staan bij de gigantische bijdrage die zij zelf met beperkte middelen voor de samenleving zouden kunnen leveren.

Communitywerking levert de clubs centen op, dat leren studies in Engeland en Nederland. Communitywerking maakt clubs financieel sterker doordat het hun maatschappelijk draagvlak en hun doelpubliek vergroot, doordat het meer supporters en vrijwilligers engageert en doordat het de aandacht trekt van andere bijkomende  commerciële partners.

Na tien jaar communitywerking is de tijd aangebroken voor een heropening van de debatten. Over de ongebruikte publieke hefbomen en over de onbenutte beleidskansen. Over de onderbelichte kracht die sinds 2005 door de Football+ Foundation werd gegenereerd, over de onderontwikkelde visie op de maatschappelijke rol van de Pro League en de professionele voetbalclubs en over het gebrek aan maatschappelijk verantwoord ondernemen binnen het Belgische voetbalbedrijf.

Dit debat moet meer dan ooit leiden tot een zakelijk en billijk samenspel tussen Football+ Foundation, Pro League, voetbalclubs en overheden, ten voordele van voetbal en de samenleving. Laat ons nu eindelijk allemaal samen bouwen aan een voetbalveld met meer dan twee doelen. Want voetbal is meer dan voetbal.

Wim Beelaert

Uit “Spelen op een veld met meer dan twee doelen. Over de groeiende rol van voetbalclubs: KAA Gent” verschenen in het voetbalnummer van het tijdschrift Orde van de Dag, Wolters-Kluwers, juni 2015, pp. 30-44.

De bezwete kinderhand. Met de glimlach.

Het was me de laatste maanden wel wat, met dat voetbalspelletje. Het begon met de #lulvandeweek in Oostende: alsof het een staatszaak betrof, smeerden de kranten het incident breeduit over onze ontbijttafels. Zowat iedereen had een mening, ook mensen die nog nooit een voetbal van dichtbij zagen. Kort daarna moest een jonge scheidsrechter het ontgelden, de tweede keer al in zijn nog prille loopbaan. Tussendoor kwamen ook nog verhalen van racisme aan de oppervlakte en bleek een voetbaltrainer veroordeeld voor aanranding van minderjarige badmintonners. Even slikken dan, als je in “het voetbal” werkt.

Gelukkig is er ook goed nieuws. Voetbal is de meest beoefende sport in clubverband en we lijken wel eens vergeten dat er wekelijks tienduizenden trainingen/wedstrijden plaatsvinden, waarbij voor én na de match jeugdspelertjes elkaar de bezwete kinderhand drukken. Met de glimlach. En het gaat verder dan dat. Nelson Mandela zei het ons in 2000 al: sport heeft de kracht om de wereld te verbeteren. En wie zijn wij om Nelson Mandela tegen te spreken? Er gebeuren zoveel fantastische dingen óp, maar zeker ook náást, het voetbalveld. Toegegeven, da’s minder spectaculair om over te schrijven.

Oh, die media. Met de beste wil van de wereld: je kan er niet omheen. Alles wat nog maar in de buurt van een voetbalveld komt, heeft zo’n enorme aantrekkingskracht op de sportjournalistiek. Maar we zijn zelf ook schuldig. Waar is de dialoog gebleven? Ouders die rechtstreeks naar de krant stappen, terwijl de voetbalclub om de hoek is? Clubs die het niet aandurven om hun supporters aan te spreken als ze het te bont maken? Trainers, die de taal van het kind niet begrijpen, laat staan spreken? Maar terug naar de media: alles wat slecht is, verkoopt. Een boze mama, een furieuze coach, een agressieve scheidsrechter of een losgeslagen (prof)speler: het kleeft en nestelt zich in ons collectieve geheugen. Ja, voetbal is overgemediatiseerd, maar wees dan toch zo eerlijk om de balans wat in evenwicht te houden. Ga eens op zoek naar een prachtig verhaal van Jefke de lijntjestrekker, het is maar een straat verder dan je huis. Vraag welke goede doelen jouw geliefkoosde club steunt. Of schets eens wat een voetbalclub lokaal in beweging zet: je zou er zo van gaan heupwiegen.

En toch is voetbal zo’n gemakkelijk doelwit. Hoe komt dat? Of anders gesteld, waarom geeft “het voetbal” ons die munitie, telkens weer?

Voetbal is de volkssport bij uitstek. “Klopt niet, dat is wielrennen”, zegt u? Hoeveel wielrenners van Afrikaanse afkomst kent u in het peloton? Niet alleen het peloton dat over kasseien van Parijs naar Roubaix hobbelt, ook het peloton dat elke zondag uw voortuintje voorbijraast. En naast etnische diversiteit is er in het voetbal ook een enorme economische verscheidenheid. Dokwerkers tackelen advocaten. Verkopers dribbelen werkzoekenden. Je kan over voetbal veel denken en nog meer vertellen, maar niet dat het een elitesport is. Voetbal bereikt alle lagen van de bevolking. Dat maakt van voetbal een bijzonder waardevolle sport, maar dat maakt het meteen ook bijzonder kwetsbaar. Net zoals onze samenleving.

Ook typisch aan voetbal is het fysieke contact. Zelfs op de meest vredevolle plek in Vlaanderen, slaagt voetbal erin om de haantjes op de eerste rij te krijgen. Er één keertje stevig invliegen en het spel zit op de wagen. En samen met die fysieke contacten, loeren ook de discussies om de hoek. In een voetbalminuut kan je als scheidsrechter wel tien beslissingen nemen. En dus ook tien keer de foute. In de meeste sporten kan je hooguit discussiëren of de bal binnen of buiten was (dank je, hawkeye) of over een valse start. In het voetbal hebben we te kampen met buitenspel, overtredingen, over de lijn of niet, balvoordeel, terugspeelbal, … Voetbal is een eenvoudig spelletje en toch hypercomplex, en dat maakt het dus ook hypergevoelig.

Pleit dit alles “het voetbal” vrij? Natuurlijk niet. Hooguit moeten we eens nadenken over wie of wat “het voetbal” is. Elke coach, elke speler, elke ouder, elke scheidsrechter en elke supporter maakt zélf het voetbal. Het beleid zorgt voor een spiegel, die soms wat hoger of lager geplaatst wordt, of die wat minder reflecteert. Iedereen moet het aandurven om voor die spiegel te gaan staan – het beleid zelf ook, dat spreekt. Alleen dan kunnen we, samen, “het voetbal” nog beter maken.

Jonas Heuts