Ik zwijg nog steeds tegen de ref

stoepbord Jodan BoysDe trainers hebben zich dit weekend weer van hun beste kant laten zien. Stijn Vreven, alom geroemd voor zijn “beleving”, vond het nodig om de ref af te blaffen tot hij – vanzelfsprekend tot zijn stomste verbazing – naar de neutrale zone verwezen werd. In de Bundesliga was er een trainer die het nog bonter maakte. Toen hij door de scheids werd uitgesloten, weigerde hij de dug-out te verlaten, zodat de ref geen andere oplossing zag dan de wedstrijd gedurende bijna tien minuten te neutraliseren. Trieste taferelen, die alleen maar uit de wereld geholpen kunnen worden door enerzijds een meer dwingende gedragscode op te leggen, en anderzijds te voorzien in een relevant sanctioneringssysteem.

De gedragscode kan eigenlijk heel eenvoudig zijn: Alle personen die op de bank zitten (of ervoor staan) moeten zich onthouden van elke commentaar ten aanzien van de scheids-, grens-, en andere rechters. (De manipulatie van de scheidsrechter hoort een privilegie van het publiek te zijn!) Een overtreding hierop dient onmiddellijk – dit wil zeggen zonder eventuele voorafgaandelijke verwittiging – te worden bestraft met de uitsluiting. Deze code dient zo strikt te worden toegepast, dat deze gedragsvorm over enkele jaren als een evidentie geldt, net zoals in andere sporten. Een overgangsfase is onvermijdelijk, maar hoeft niet eens zo lang te duren.

Wat de bestraffing betreft, dient de “uitsluiting” letterlijk genomen worden. De nu gangbare verwijzing naar de neutrale zone is een lachertje. Stijn Vreven stond gisteren, na zijn uitsluiting, nààst in plaats van voor de dugout – een ingreep met een volstrekt verwaarloosbaar effect op de gang van zaken. Bovendien komt een dergelijke bestraffing belachelijk over, wat de positie van de ref ook niet meteen versterkt. Voor de coaches (en alle andere bankzitters) zouden dezelfde normen moeten gelden als voor de veldspelers: bij een uitsluiting dienen ze meteen verwezen te worden naar een échte neutrale zone, één waar ze de wedstrijd niet meer kunnen volgen, en waar ze ook geen enkele communicatie met “de bank” mogelijk meer kunnen voeren. Zodoende zou elke invloed op de wedstrijd hen ontzegd worden – dé nachtmerrie van elke coach (des te meer omdat coaches geneigd zijn hun belang te overschatten)!! Voor alle duidelijkheid: het gaat hierbij zeker niet alleen over het excessieve gedrag zoals in de twee voorbeelden hierboven, maar over élke vorm van communicatie die als enige doel heeft om de ref te manipuleren. Ook ogenschijnlijk onschuldige zaken zoals het (vaak al te pathetische) opeisen van een inworp, hoekschop, fout, of buitenspel horen daarbij. Er moet gezwegen en gevoetbald worden.

Het is belangrijk om dit gedrag aan te leren van jongs af aan. Zoals geweten gaan trainers ook in de jeugdreeksen bij bosjes uit de bol, waarbij ze dan in het ergste geval “achter de platen” gezet worden – een positie van waaruit ze vervolgens even hard kunnen verder schreeuwen. Ook hier is de verwijzing naar de kleedkamer een veel beter alternatief: ten eerste omdat de boosdoeners dan ook écht uitgeschakeld worden, ten tweede omdat de trainers in kwestie daardoor allicht een grotere rem zullen ervaren vooraleer ze hun duiveltjes weer beginnen te ontbinden.

Trainers die zich, zoals de Duitse coach, boven het gezag van de ref willen zetten, moeten daar maar de consequenties van dragen. Geldboetes helpen daarbij niet: voor de profs zijn ze sowieso belachelijk laag, voor de meeste vrijwilligers in de jeugdreeksen dan weer (veel) te hoog. Maar welke trainer wil de verantwoordelijkheid op zich nemen voor – bijvoorbeeld – een forfaitscore? Tref de oproerkraaiers daarom waar het pijn doet, niet zozeer met de bedoeling om hen te straffen, maar om samen te werken aan een algehele mentaliteitswijziging.

 

Pieter Bergé

Advertisements

IK ZWIJG TEGEN DE REF !

Het amateurvoetbal heeft te kampen met een scheidsrechterstekort. Vooral in het jeugdvoetbal is dat zeer zichtbaar: de meeste wedstrijden worden gefloten door gevorderde grootvaders, terwijl er zich intussen maar heel weinig jonge refs aanbieden. Verwonderlijk is dat niet: vrijwel overal waar de refs hun opwachting maken, worden ze geconfronteerd met verwensingen, scheldtirades, beledigingen, bedreigingen, en, in extreme gevallen, geweld.

Als jeugdtrainer wil ik het hier niet hebben over de rol die supporters daarbij spelen, maar wel over de voorbeeldfunctie die coaches en ploegafgevaardigden in deze problematiek te vervullen hebben. Al te vaak immers laten ook zij zich verleiden tot (negatief) supportersgedrag: ze betwisten  zowat elke beslissing, zijn voortdurend verongelijkt, voelen zich systematisch benadeeld – en dat allemaal nog méér wanneer “ze” op achterstand komen. Sommigen roepen sporadisch, anderen staan een hele wedstrijd te brullen en te briesen.

Minstens twee essentiële misvattingen liggen aan de basis van dit gedrag. De eerste is dat er per se gewonnen moet worden. Dat is natuurlijk niet het geval, zéker niet in het jeugdvoetbal. Het is leuk om te winnen, maar niet erg om te verliezen. Verliezen is minstens even leerrijk en vormend als winnen. Bovendien kunnen kinderen  héél goed verliezen (op hun computerspelletjes doen ze nauwelijks iets anders!), zeker als hun coaches hen helpen om nederlagen in het juiste perspectief te zien.

De tweede essentiële fout is dat coaches en afgevaardigden de rol en de invloed van de ref overschatten. Ze zien de ref als een alles bepalende scheidsrechter, terwijl hij eigenlijk gewoon een spelleider is. Zijn taak is, letterlijk, om het spel in goede banen te leiden – niet meer of niet minder. Dat élke ref in iédere wedstrijd dubieuze of zelfs gewoon foute beslissingen neemt, is zonder meer waar. Maar de vaak gehoorde klacht dat scheidsrechters partijdig zouden zijn, is klinkklare nonsens. Waarom zouden ze? Hoogstens kan het gebeuren dat ze in de loop van een wedstrijd meer sympathie beginnen krijgen voor de ploeg van de minst brullende coach, al zijn er natuurlijk ook die bezwijken onder de bruldruk. Maar partijdigheid, neen, die is vrijwel altijd een perceptie van de betrokkenen, die zelf het gevolg is van overdreven competitiviteit.

Voor mezelf heb ik twee jaar geleden de beslissing genomen om NOOIT nog commentaar te geven op de ref. Ik heb daar persoonlijk alleen nog maar voordelen van ondervonden. 1. Je blijft als coach voortdurend gefocust op het coachen zelf, wat het ploegspel zeer ten goede komt; àl je energie gaat naar de opbouw; 2. Je leert onrechtstreeks ook aan de kinderen om het reclameren achterwege te laten, waardoor ze zich sneller en beter concentreren op de taken die ze moeten uitvoeren; ze leren op die manier ook omgaan met frustraties, en hoofdzaak en bijzaak te onderscheiden; 3. Je kan een eventuele nederlaag veel makkelijker incasseren en relativeren (iets wat de meeste spelers sowieso véél beter kunnen dan hun coaches!); je aandacht gaat immers niet zozeer uit naar de uitslag, als naar de werkpunten. Het vizier is altijd weer direct op de toekomst gericht.

Voor sommigen zal dit allemaal wat soft klinken, maar dat is het allerminst: er is meer mentale kracht nodig om te zwijgen dan om te schelden, meer moed om de verantwoordelijkheid bij zichzelf dan bij andere te leggen. Laten we de refs koesteren, uit respect en zelfrespect, en om de toekomst van het jeugdvoetbal mee veilig te stellen. En laten we ook niet vergeten dat deze houding in zowat alle andere sporten ter wereld als normaal wordt beschouwd. Wat dat betreft, staat voetbal helemaal achteraan in de rij. Een wereldsport verdient beter.

Misschien moet ook de bond maar eens een initiatief nemen, niet alleen door de professionele coaches veel strenger te sanctioneren wanneer ze weer eens de neus van een vierde scheidsrechter afgebeten hebben, maar ook door jeugdcoaches positief te stimuleren. Misschien kunnen ze IK ZWIJG-badges maken om op de trainersvesten te spelden; misschien kan de scheids ook na elke match het gedrag van de coaches en afgevaardigden op het wedstrijdblad quoteren via een eenvoudige code. En misschien mogen de resultaten daarvan zelfs een rol spelen bij de beoordeling van de jeugdclubs. Allemaal niet moeilijk, maar wel heel waardevol. Wie wil, kan nu al zijn goede intenties te kennen geven, door via http://ikzwijgtegenderef.petitie.be/ de IK ZWIJG TEGEN DE REF-actie te ondertekenen.

Pieter Bergé,
jeugdvoetbalcoach