Voetbal is vrede

ParisVoetbal is oorlog. Het is een uitspraak die de Nederlandse succescoach Rinus Michels ook tien jaar na zijn dood blijft achtervolgen. Als het ergens uit de hand loopt op een voetbalterrein, kun je er donder op zeggen dat weer eens iemand die woorden zal oprakelen. Idem dito als er ongeregeldheden uitbreken op de tribunes. Terwijl Michels met die uit zijn context gerukte uitspraak uit 1970 vooral bedoelde dat er moest gebikkeld worden op het veld. “Topvoetbal is zoiets als oorlog. Wie te netjes blijft, is verloren”, zei hij in werkelijkheid in het Algemeen Dagblad. Dat klinkt al veel minder brutaal dan dat versimpelde ‘Voetbal is oorlog’.

Voetbal scheidt. Supportersclans jagen elkaar negentig minuten en soms veel langer op stang. Spelers worden opgejut om de ‘vijand’ te lijf te gaan. Bloed aan de palen, hoor ik wel eens uit duizenden kelen tegelijk weerklinken in het stadion van mijn geliefde club. Het is figuurlijk bedoeld, maar het komt behoorlijk agressief over. Fans denken zwart/wit: wie niet met ons is, is tegen ons.

Voetbal verenigt. Het gebeurt al te zelden, maar na de verschrikkelijke gebeurtenissen in Parijs zagen we het toch gebeuren. In ‘normale’ omstandigheden — vreemd dat ik dit zo moet verwoorden… — zouden Duitsers en Nederlands elkaar verrot schelden. Nu liepen ze broederlijk door elkaar vlak voor een oefeninterland die uiteindelijk om veiligheidsredenen werd afgelast. Engelsen zongen de Marseillaise in een volgepakt Wembley. Veel gekker wordt het niet. Veel warmer ook niet. Het is jammer dat er een reeks aanslagen en menselijke drama’s nodig waren om dit resultaat te verkrijgen, maar hartverwarmend was het hoe dan ook.

We zagen het eerder dit jaar al bij de plotse dood van enkele jonge voetballers in eigen land. In het aanschijn van de dood reageren de meeste supporters respectvol. Heel eventjes verdwijnt de haat, wordt de strijdbijl begraven. Een fractie lang ‘walkt’ niemand in het stadion ‘alone’. Eén minuut lang is de stilte werkelijk oorverdovend. Om dan toch vrij snel over te gaan tot de orde van de dag: wij willen winnen, dus moet de andere verliezen!

Sport is de belangrijkste bijzaak, zei een Duitse tv-baas ooit. Voetbal is voor ons de belangrijkste van die belangrijke bijzaken. Een sport die ondanks allerlei uitwassen, corruptieschandalen, veiligheidsrisico’s en maatschappelijke problemen die tot in het stadion worden doorgetrokken, lééft. Meer dan ooit zelfs. U wilt bewijzen? Twintig jaar geleden trokken er gemiddeld 7.611 toeschouwers naar de thuiswedstrijden van onze eersteklassers. Vandaag zijn dat er meer dan vierduizend meer. En je ziet dat niet alleen bij ons: in Duitsland is het gemiddelde aantal toeschouwers op twintig jaar tijd met 13.000 toegenomen, in Engeland met bijna 12.000. Het voetbal is niet dood, wel integendeel. Als dat voetbal dan ook signalen van solidariteit en menselijkheid uitstuurt, kun je daar alleen maar blij om zijn. Je brengt er de doden van vorige vrijdag niet mee terug, noch hou je er terroristen mee tegen, maar het geeft wel aan dat mensen die een stadion betreden het hart op de juiste plaats dragen.

Voetbal is (heel soms) vrede. Dat is geruststellend en stemt hoopvol. Dat smaakt naar meer, maar dan liefst zonder de concrete aanleiding die er nu was. Zullen we dat afspreken?
Frank Van Laeken

Advertisements

Over de maatschappelijke rol van professionele voetbalclubs. Tien jaar later.

De communitywerking van KAA Gent biedt social return on public investment: door de organisatie van een communitywerking creëert KAA Gent maatschappelijke meerwaarde voor de Gentenaars als wederdienst voor de ontwikkeling van het nieuwe voetbalstadion dat mee door de overheid werd gerealiseerd. Kan de Gentse casus als voorbeeld dienen voor andere clubs, andere overheden en voor de Pro League? Wie heeft welke rol? Wie heeft welke verantwoordelijkheid? Tijd voor een debat over een zakelijk en billijk samenspel tussen voetbal en de overheid, ten voordele van voetbal en de samenleving.

VIDS_logo_WhiteBackgroundIn 2005 stelde Els Van Weert met haar Open Stadionmodel voor het eerst het principe van social return tegenover de vraag van de Belgische voetbalwereld om meer ondersteunende initiatieven. De staatssecretaris erkende de gedeelde verantwoordelijkheid: omwille van het grote draagvlak en de impact van de voetbalsport op de samenleving was het investeren van publieke financiën in het professioneel voetbal te verantwoorden. Doch, de tijd van de blanco cheques voor de voetbalclubs zou voorbij zijn: voetbalclubs zouden zich in ruil moeten engageren als maatschappelijk verantwoorde ondernemingen ten voordele van hun ‘local community’, de lokale gemeenschap rond de professionele voetbalclub. En zo zou een win-win samenwerking gesmeed kunnen worden voor de samenleving als geheel. De staatssecretaris legde met haar initiatief meer dan ooit de bal in het kamp van de voetbalclubs zelf, die verplicht zouden worden aan introspectie te doen over de mogelijke maatschappelijke rol die ze als voetbalondernemingen zouden kunnen spelen.

In Gent werd als gevolg van het initiatief van de staatssecretaris een unieke publiek-private samenwerking gesmeed: voetbalclub, lokale overheid en supporters dragen de maatschappelijke werking van KAA Gent via een organisatie met een eigen rechtspersoonlijkheid: vzw Voetbal in de stad. Met vele tientallen initiatieven en gesteund door de nationale Football+ Foundation gebruikte de organisatie de voorbije jaren de wervende kracht van KAA Gent voor het opzetten van sociale projecten, het verhogen van de supportersbetrokkenheid, het coördineren van een open stadionwerking, het organiseren van een niet-commerciële publiekswerking en het nemen van geëngageerde initiatieven rond jeugdvoetbal in Gent.

De communitywerking van KAA Gent bleef niet onopgemerkt. In 2014 ontving KAA Gent van de Pro League de prijs voor de sterkste communitywerking in het Belgische voetbal. Na het grootste volksfeest uit de Belgische voetbalgeschiedenis naar aanleiding van het eerste Gentse kampioenstitel stelde sportsocioloog Bart Vanreusel in Het Laatste Nieuws: “Wereldwijd hoor je supporters steeds vaker schreeuwen: ‘Geef ons ons voetbal terug!’ Bij KAA Gent hebben ze die boodschap járen geleden al begrepen. Het benut de sociale kracht van het voetbal op een heel goeie manier. Beter dan veel andere clubs. Er wordt aan maatschappelijk verantwoord ondernemen gedaan, op een manier die heel klaar en economisch correct is. Ook dát merkt de supporter. Hij voélt die authenticiteit”.

Publieke hefbomen benutten

De federale en de Vlaamse overheden bouwden hun steun aan communitywerking in de voorbije jaren stelselmatig af. En hoewel de werking in Gent vooral met Gentse middelen wordt gefinancierd, wordt het opdrogen van de bovenlokale ondersteuning ook in de Arteveldestad betreurd. In tijden van sanering wordt al snel populistisch aangedragen dat professionele voetbalclubs voldoende middelen hebben. Er wordt dan verwezen naar de astronomische transferbedragen die in het wereldje de ronde doen. Daarbij wordt wel vergeten dat een organisatie als vzw Voetbal in de stad weliswaar nauw verbonden is met de professionele voetbalclub, doch niet dezelfde entiteit is en al zeker een andere finaliteit heeft dan de professionele voetbalclub.

Net zoals dat in het Verenigd Koninkrijk en Nederland het geval is zouden de overheden de kracht van de professionele voetbalclubs veel meer kunnen aanwenden voor maatschappelijke vooruitgang, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van buurtsport in kansenwijken, het emanciperen van kansengroepen of het activeren van werkloze jongeren. Maar dat vergt dan wel het inzicht dat, door het ondersteunen van een organisatie als vzw Voetbal in de stad, wel de maatschappelijke werking en niet de voetbalclub zelf wordt gefinancierd.

Het is niet de voetbalclub, maar wel de wervende kracht van de voetbalclub die veel meer benut moet worden. Er valt voor overheden ook vele malen meer maatschappelijke winst te halen uit de samenwerking met een communitywerking verbonden aan een professionele voetbalclub, dan met een traditionele sociale organisatie. Een voetbalclub heeft een wervend vermogen te bieden waardoor een grotere dynamiek ontstaat die niet binnen een niet-voetbalcontext kan gegenereerd worden. Uiteraard is geloofwaardig engagement van de voetbalclub zelf daarbij cruciaal, bijvoorbeeld omdat een professionele voetbalclub in staat moet zijn bijkomende middelen te verwerven, in het bijzonder bij sponsors die evenzeer belang hechten aan maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Communitywerking is een samenspel dat pas echt wordt bevorderd als alle actoren de maatschappelijke meerwaarde zien van het samenspel. Noch de voetbalwereld, noch de overheden, noch private partners zijn vandaag in België voldoende overtuigd van de wervende voetbalkracht die kan ingezet worden ten voordele van de samenleving.

Op zoek naar de + van de Pro League

Binnen de Pro League verzamelt de Commissie Community de community managers van de Pro League clubs. Sinds 2012 hebben, op een handvol clubs na, de Belgische professionele voetbalorganisaties hun maatschappelijke inzet teruggeschroefd. De belangrijkste reden voor de stagnatie van communitywerking in het Belgische profvoetbal is het gebrek aan visie en het gebrek aan incentives binnen de traditionele voetbalwereld zelf, ondanks alle inspanningen die de Football+ Foundation de voorbije jaren heeft geleverd.

Binnen de Pro League staan diverse hervormingen op til. Meer dan ooit is het moment gekomen om het debat te voeren over de maatschappelijke rol van de Belgische professionele voetbalclubs en van de Profliga zelf. Wil de nieuwe liga betaald voetbal een organisatie zijn van moderne en verantwoordelijke voetbalbedrijven die bereid zijn social return te bieden voor de onmetelijke voordelen die ze vanwege de overheid genieten? Beseft de Pro League dat een duidelijke en positieve stellingname inzake maatschappelijke verantwoordelijkheid, communitywerking en supportersparticipatie haar in gesprekken met de overheden krachtig zou versterken? Durft de Pro League te becijferen welke dynamiek er zou ontstaan indien de Pro League, met een geloofwaardige agenda rond ‘social corporate responsability’, proactief  aan de overheden social return zou aanbieden? We zien vandaag het omgekeerde gebeuren. Voetbalmanagers blijven steeds opnieuw de overheden aanklampen om hulp voor allerlei voetbalzaken, zonder stil te staan bij de gigantische bijdrage die zij zelf met beperkte middelen voor de samenleving zouden kunnen leveren.

Communitywerking levert de clubs centen op, dat leren studies in Engeland en Nederland. Communitywerking maakt clubs financieel sterker doordat het hun maatschappelijk draagvlak en hun doelpubliek vergroot, doordat het meer supporters en vrijwilligers engageert en doordat het de aandacht trekt van andere bijkomende  commerciële partners.

Na tien jaar communitywerking is de tijd aangebroken voor een heropening van de debatten. Over de ongebruikte publieke hefbomen en over de onbenutte beleidskansen. Over de onderbelichte kracht die sinds 2005 door de Football+ Foundation werd gegenereerd, over de onderontwikkelde visie op de maatschappelijke rol van de Pro League en de professionele voetbalclubs en over het gebrek aan maatschappelijk verantwoord ondernemen binnen het Belgische voetbalbedrijf.

Dit debat moet meer dan ooit leiden tot een zakelijk en billijk samenspel tussen Football+ Foundation, Pro League, voetbalclubs en overheden, ten voordele van voetbal en de samenleving. Laat ons nu eindelijk allemaal samen bouwen aan een voetbalveld met meer dan twee doelen. Want voetbal is meer dan voetbal.

Wim Beelaert

Uit “Spelen op een veld met meer dan twee doelen. Over de groeiende rol van voetbalclubs: KAA Gent” verschenen in het voetbalnummer van het tijdschrift Orde van de Dag, Wolters-Kluwers, juni 2015, pp. 30-44.

Scoren in het Echte Leven

ScorentegenKanker-Beeld1Ik zag vorige week een tweet passeren van Football+ Foundation waarin spelers en supporters van Lierse SK werden toegejuicht omdat ze ouders van overleden baby’s en de vzw Met Lege Handen steunden. Zoals dat doorgaans gaat in de sociale media heb ik dit mooie bericht onmiddellijk geretweet. Er is al genoeg verzuring in de wereld, kleine fijne initiatieven die de kille samenleving iets warmer maken verdienen onze aandacht.

Achteraf had ik wel een bedenking: wat de play-off 3-club deed vinden we nu zo geweldig omdat het vrij uitzonderlijk is in ons profvoetbal, terwijl we het eigenlijk normaal zouden moeten vinden. Voetbalclubs moeten met hun twee voeten in de samenleving staan en al zeker in hun directe leefomgeving: de buurt, de wijk, de stad. Als voetbal zich beperkt tot een competitiewedstrijd om de veertien dagen staat het buiten de maatschappij. Dan wordt het louter een commercieel evenement: u betaalt om tweeëntwintig gladiatoren en een handvol scheidsrechters gedurende negentig minuten en nog wat toegevoegde tijd het beste van zichzelf te zien geven en daarna houdt het weer voor een tijdje op.

Het moderne voetbal kan zoveel meer betekenen voor supporters en buurtbewoners dan dat tweewekelijkse piekmoment. Een paar jaar geleden reed ik als woordvoerder van een eersteklasser samen met de toenmalige sterspeler van de club naar Gasthuisberg in Leuven, om er op bezoek te gaan bij een tienjarig kankerpatiëntje. Een initiatief was het van de community manager die op zijn beurt gecontacteerd was door een van de talloze vzw’s die zich nog belangeloos inzetten voor hun medemensen. De voetballer morde niet, integendeel. Toen hij die jongen ontmoette kwam het kind in hem los. Een grapje, wat dollen met een plastic bal, lachend mee op de foto: je zag twee jongens die het heel even goed met elkaar konden vinden. Uiteraard zal er een stukje acteertalent bij te pas zijn gekomen, maar ik ben er zeker van dat de voetballer het ook méénde. En die jongen fleurde heel even helemaal op, kon zijn zorgen tijdelijk opbergen, was eventjes geen patiënt die veel te jong met een verwoestende ziekte op een anonieme kamer in een onpersoonlijk groot ziekenhuis beland was, maar een tienjarige zoals al zijn leeftijdgenoten. Iemand die dolgraag speelt en die opkijkt naar helden in korte broek.

Daar en dan besefte ik des te meer dat voetbalclubs en voetballers een belangrijke maatschappelijke rol te vervullen hebben. Een rol die niet begint bij het betreden van het veld en eindigt bij het laatste fluitsignaal. Een rol die zich niet alleen in korte broek afspeelt. Een rol die ruimer gaat dan het spelletje waar ze toevallig goed in zijn en gemiddeld 21.000 euro bruto per maand mee verdienen, zoals we eveneens vorige week via de krant vernamen.

Het is goed dat Football+ Foundation het initiatief van Lierse SK een zetje geeft. Het zou nog veel beter zijn mocht dit niet meer nodig zijn, omdat alle betrokkenen dit normaal zouden achten. Voetbal staat met twee voeten in het Echte Leven of zou dat toch moeten doen. ‘Scoren tegen Kanker’ is mooi, nuttig en noodzakelijk. Laten we het uitbreiden tot ‘Scoren in het Echte Leven’.

Frank Van Laeken