Nieuwjaarsbrief

Deze brief verscheen op 23/12/2015 de website van Radio 1. 

11036839_1562648674007605_4841206123703834332_nBeste voetbalsupporter,

 

Het is met enige ongerustheid dat ik u schrijf en dat ik nog een keer op dezelfde spijker hamer. Maar het is helaas niet zo dat ik hem op laag water moet zoeken.
Vandaar, toch maar.

U bent het uiteraard niet, maar 1 op 4 Vlaamse voetbalsupporters vindt oerwoudgeluiden maken (oe-oe) als er een zwarte voetballer (van de tegenpartij wellicht) op het veld staat doodnormaal. Zo bleek uit een recente enquête van Het Nieuwsblad.

1 op 5 vindt onze prachtige gekleurde Rode Duivels geen goed voorbeeld voor de jeugd. En toch ziet twintig procent het nut niet in van campagnes tegen racisme ?

Snel gaat het overigens niet veranderen, want vijftig procent durft niet te reageren wanneer ze getuige zijn van racisme. Onze terughoudende Vlaamse aard, mijnheer.

U zou natuurlijk kunnen tegenwerpen dat een significante meerderheid van onze voetbalsupporters nièt racistisch is. Maar dat is hier een kromme redenering. Ook een significante meerderheid van de concertgangers in de Bataclan in Parijs heeft de aanslag overleefd, maar we zijn het er toch over een dat het een vreselijke tragedie was. Ieder slachtoffer was er één teveel, iedere racist is er één teveel.

Nu het oude jaar zachtjes in het nieuwe is gegleden en u mekaar onder de kerstboom alweer het beste heeft toegewenst, laat daar dan ook wat gezond verstand bij zijn. En goede manieren. Die zijn gratis.

Het is een hardnekkige misvatting dat een toegangskaartje een vrijbrief is primair gedrag of gebral, de grenzen van het fatsoen houden niet op aan een stadionpoort. Helaas lijkt het er wel bij te horen als een hamburger bij de rust. En in se zijn er geen gradaties in verbaal hooliganisme, maar racisme heeft wel een aparte plaats. Er ligt een lange en beladen geschiedenis van onderdrukking en discriminatie aan de basis van nultolerantie voor beledigingen die verband houden met ras, godsdienst of cultuur.

Liefst van al zou ik u als ‘supporter’ in het nieuwe jaar enkel willen zien doen wat dat woord ook gewoon betekent: ‘supporter’, uit het Frans, steunen. Een naïeve wens, ik weet het, maar kan u dan voortaan minstens toch ook naar zwarte voetballers gewoon BOE roepen, met een B dus. Of onnozelaar. En ‘vuile zwarte’ kan u altijd nog kwijt voor de scheidsrechter. Willen we dat afspreken ?

Vriendelijke groeten,

Peter Vandenbempt

Advertisements

No to racism

No to racismSoms moet een mens risico’s nemen in het leven. Tik bijvoorbeeld ‘No to racism’ in op Google en een van de eerste dingen die je te zien krijgt is een YouTube-filmpje waarin de betere voetballers van de wereld — Lionel Messi, Cristiano Ronaldo, Franck Ribéry, Gareth Bale, Arjen Robben en tutti quanti — oproepen om racisme te bannen uit de stadions. Mooie actie. Hartverwarmend. Rolmodellen die een belangrijke boodschap de wereld insturen. Tot je de reacties onder het filmpje leest. Dan zie je kreten als “Yes to racism! Heil Hitler”. Of: “Muslims still don’t belong to europe. That is not racism”. En nog: “Racism = survival”. Taal- en tikfouten inbegrepen.

Even verbijsterend waren de resultaten van een recente enquête die het voetbalweekblad ‘Fan’ bij meer dan duizend Vlamingen uitvoerde. Eén op vijf ondervraagden vindt anti-racistische campagnes overbodig. Tweeënzestig procent was al getuige van een racistisch incident op de tribunes, één op twee durfde daar niet op te reageren. Eén op vijf Vlamingen vindt de multiculturele Rode Duivels geen goed voorbeeld voor de jeugd. Eén op de vier betreurt de aanwezigheid van veel nationaliteiten en culturen in de Jupiler Pro League. Eén op vier vindt die oerwoudkreten hoegenaamd geen probleem, 14 procent doet zelfs vrolijk mee.

U bent verbaasd? Ik niet. Ik hoor ze gelukkig steeds minder op mijn plekje in de tribune van mijn geliefkoosde Antwerpse derdeklasser, maar ik maak me geen illusies: een eindje verderop wordt er wel degelijk nog ‘Oe-oe-oe’ geroepen naar de zwarte bij de tegenstander, want zo gaat dat: ónze zwarte, goede zwarte, hún zwarte, domme neger. Oe-oe-oe. Of een banaan naar zijn hoofd.

Waarom het mij niet verbaast? Lees de reacties op diverse fora. Luister eens hoe er om u heen gereageerd wordt op vluchtelingen of moslims. Of kijk naar de verkiezingsuitslag van nauwelijks elf jaar geleden, toen Vlaams Blok 24,15 procent haalde bij de federale parlementsverkiezingen. Dat is, inderdaad, één op vier Vlamingen. Wellicht diezelfde één op vier die ‘Oe-oe-oe’ geen probleem vindt.

We kunnen het weglachen. We kunnen het negeren. We kunnen het relativeren. Maar we kunnen niet ontkennen dat het bestaat. Het zwarte beest — niet de gekleurde medemens, maar de vermeende superioriteit die sommigen, en helaas niet al te weinig, onder ons claimen omdat zij blank zijn — is nog altijd onder ons; het is niet omdat de Vlaams Blokkiezers uitgezwermd zijn naar andere partijen, dat het geen maatschappelijke realiteit is dat één op vier Vlamingen racistisch is of geen bezwaar heeft tegen racistische uitingen.

Het is een gegeven waarmee community werkers binnen onze voetbalclubs blijvend aan de slag moeten. De strijd is niet verloren, maar hij is ook ver van gewonnen. Scheidsrechters moeten optreden tegen racisme op én naast het veld, veel strenger dan nu. Eén onverlaat die een oerkreet slaakt, kunnen we nog individueel aanpakken. Een deel van de tribune die dat doet, niet meer. Wedstrijd stilleggen, bij herhaaldelijk voorkomen zelfs stopzetten, forfaitcijfers tegen de club van de daders, fikse boetes, een meldpunt voor wie zich aangevallen voelt vanwege zijn of haar huidskleur, daadkrachtig optreden door de voetbalbond: we mogen dit probleem niet minimaliseren of uit het oog verliezen. En binnen de clubs moet er vanuit de bestuurskamer respect zijn voor de medewerkers die dit in de praktijk moeten proberen op te lossen.

‘No to racism’ zou niet eens een tv-spot hoeven te zijn. Het probleem is er, dus moet er iets tegen gedaan worden. Altijd en overal. Zonder pardon.

Frank Van Laeken

No to racism!

No to racismEen hartverwarmend signaal was het, toen Club Brugge vorige donderdag met het opschrift ‘No to racism’ het terrein opstapte tegen Besiktas. Ongezien in Europa, ondanks de al vele jaren lopende anti-racismespot met bekende koppen uit het internationale voetbal. Mooi zo, van een op Europees vlak niet meer dan bescheiden deelnemer aan de Europa League. Ook op andere vlakken dan het sportieve kan je top zijn.

Dit gebaar stond echter in schril contrast met het gedrag van een aantal heetgebakerde supporters van Club, die na de match tegen Besiktas Turkse fans aanvielen. “Dit was puur, onversneden racisme”, reageerde de Brugse korpschef ongezien heftig. Eerder al had het bestuur van Club vier supporters eigenhandig een stadionverbod voor onbepaalde duur opgelegd omdat ze bij een vorig incident ook al mensen van Turkse origine hadden lastig gevallen op een parking, wangedrag dat niet kon worden aangepakt via de Voetbalwet, omdat die zich beperkt tot gedragingen in en om het stadion bij een match. Knap was dat, van het Brugse bestuur, een krachtig signaal.

Het is hoogst opvallend dat een club die bij twee gelegenheden het goede voorbeeld gaf en die de jongste jaren met haar goed uitgebouwde community-werking voortdurend blijk gaf met twee voeten in de samenleving te staan, zo wordt te kakken gezet door een minderheid van de eigen supporters, ziekelijke herrieschoppers die met een denkbeeldig shirt met daarop ‘Yes to racism!’ rondlopen. Het geeft ook goed aan welke tweespalt er nog altijd bestaat tussen de goede intenties van een bestuur – wat je helaas niet bij alle clubs in de Jupiler Pro League tegenkomt! – en de totale desinteresse van heel wat supporters voor het maatschappelijk engagement van hun club.

Er is nog veel werk aan de winkel, de sensibiliseringscampagne is niet eens halfweg. Bij Club Brugge zullen ze goed beseffen dat ze wel vier racistische fans uit het Jan Breydelstadion hebben verwijderd, maar niet het racisme zelf. Als de daders van de agressie tegen de Besiktasfans worden geïdentificeerd heeft Club geen andere keuze dan ook hen streng te straffen. En de volgende keer opnieuw. En de keer daarop weer. En dan nog eens en nog eens en… Het is de terechte en enige mogelijke weg die Club Brugge is ingeslagen en die alleen maar kan lukken als het er consequent blijft tegen optreden.

Tot de supporters door hebben dat elke misstap onmiddellijk en onverbiddelijk tot maatregelen leidt. Niet dat ze daarom minder racistisch zullen worden – die illusie koesteren zou al te naïef zijn -, maar ze zullen tenminste een vorm van zelfcensuur beginnen toepassen en zich gedeisd houden in de wetenschap dat het loslaten van hun primaire bange-blanke-man-gevoelens aanleiding zal geven tot de uitsluiting van het bijwonen van de thuiswedstrijden van hun geliefde club. Het bij de wortels aanpakken van racisme moeten andere geledingen van de samenleving maar doen, te beginnen met de verschillende overheden.

No to racism! Altijd. Overal.

Frank Van Laeken