De bezwete kinderhand. Met de glimlach.

Het was me de laatste maanden wel wat, met dat voetbalspelletje. Het begon met de #lulvandeweek in Oostende: alsof het een staatszaak betrof, smeerden de kranten het incident breeduit over onze ontbijttafels. Zowat iedereen had een mening, ook mensen die nog nooit een voetbal van dichtbij zagen. Kort daarna moest een jonge scheidsrechter het ontgelden, de tweede keer al in zijn nog prille loopbaan. Tussendoor kwamen ook nog verhalen van racisme aan de oppervlakte en bleek een voetbaltrainer veroordeeld voor aanranding van minderjarige badmintonners. Even slikken dan, als je in “het voetbal” werkt.

Gelukkig is er ook goed nieuws. Voetbal is de meest beoefende sport in clubverband en we lijken wel eens vergeten dat er wekelijks tienduizenden trainingen/wedstrijden plaatsvinden, waarbij voor én na de match jeugdspelertjes elkaar de bezwete kinderhand drukken. Met de glimlach. En het gaat verder dan dat. Nelson Mandela zei het ons in 2000 al: sport heeft de kracht om de wereld te verbeteren. En wie zijn wij om Nelson Mandela tegen te spreken? Er gebeuren zoveel fantastische dingen óp, maar zeker ook náást, het voetbalveld. Toegegeven, da’s minder spectaculair om over te schrijven.

Oh, die media. Met de beste wil van de wereld: je kan er niet omheen. Alles wat nog maar in de buurt van een voetbalveld komt, heeft zo’n enorme aantrekkingskracht op de sportjournalistiek. Maar we zijn zelf ook schuldig. Waar is de dialoog gebleven? Ouders die rechtstreeks naar de krant stappen, terwijl de voetbalclub om de hoek is? Clubs die het niet aandurven om hun supporters aan te spreken als ze het te bont maken? Trainers, die de taal van het kind niet begrijpen, laat staan spreken? Maar terug naar de media: alles wat slecht is, verkoopt. Een boze mama, een furieuze coach, een agressieve scheidsrechter of een losgeslagen (prof)speler: het kleeft en nestelt zich in ons collectieve geheugen. Ja, voetbal is overgemediatiseerd, maar wees dan toch zo eerlijk om de balans wat in evenwicht te houden. Ga eens op zoek naar een prachtig verhaal van Jefke de lijntjestrekker, het is maar een straat verder dan je huis. Vraag welke goede doelen jouw geliefkoosde club steunt. Of schets eens wat een voetbalclub lokaal in beweging zet: je zou er zo van gaan heupwiegen.

En toch is voetbal zo’n gemakkelijk doelwit. Hoe komt dat? Of anders gesteld, waarom geeft “het voetbal” ons die munitie, telkens weer?

Voetbal is de volkssport bij uitstek. “Klopt niet, dat is wielrennen”, zegt u? Hoeveel wielrenners van Afrikaanse afkomst kent u in het peloton? Niet alleen het peloton dat over kasseien van Parijs naar Roubaix hobbelt, ook het peloton dat elke zondag uw voortuintje voorbijraast. En naast etnische diversiteit is er in het voetbal ook een enorme economische verscheidenheid. Dokwerkers tackelen advocaten. Verkopers dribbelen werkzoekenden. Je kan over voetbal veel denken en nog meer vertellen, maar niet dat het een elitesport is. Voetbal bereikt alle lagen van de bevolking. Dat maakt van voetbal een bijzonder waardevolle sport, maar dat maakt het meteen ook bijzonder kwetsbaar. Net zoals onze samenleving.

Ook typisch aan voetbal is het fysieke contact. Zelfs op de meest vredevolle plek in Vlaanderen, slaagt voetbal erin om de haantjes op de eerste rij te krijgen. Er één keertje stevig invliegen en het spel zit op de wagen. En samen met die fysieke contacten, loeren ook de discussies om de hoek. In een voetbalminuut kan je als scheidsrechter wel tien beslissingen nemen. En dus ook tien keer de foute. In de meeste sporten kan je hooguit discussiëren of de bal binnen of buiten was (dank je, hawkeye) of over een valse start. In het voetbal hebben we te kampen met buitenspel, overtredingen, over de lijn of niet, balvoordeel, terugspeelbal, … Voetbal is een eenvoudig spelletje en toch hypercomplex, en dat maakt het dus ook hypergevoelig.

Pleit dit alles “het voetbal” vrij? Natuurlijk niet. Hooguit moeten we eens nadenken over wie of wat “het voetbal” is. Elke coach, elke speler, elke ouder, elke scheidsrechter en elke supporter maakt zélf het voetbal. Het beleid zorgt voor een spiegel, die soms wat hoger of lager geplaatst wordt, of die wat minder reflecteert. Iedereen moet het aandurven om voor die spiegel te gaan staan – het beleid zelf ook, dat spreekt. Alleen dan kunnen we, samen, “het voetbal” nog beter maken.

Jonas Heuts

Advertisements